Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN DEN DINSDAGSCHEN VRIENDENKRING BIJ PROFESSOR J. A. ALBERDINGK THIJM

Amsterdam Augustus 1879.

|R is een vriendlijk huis op den Nieuwezijds Voorburgwal bij de Paleisstraat,

'ioi, waar de gulle gastheer, om de

veertien dagen, Dinsdags avonds, vrien¬

den van zeer uiteenloopende meeningen

en opvattingen vereenigt, om de werken van onze groote Hollandsche dichters samen te lezen.

Is het wonder, dat ik, één van de gelukkigen uit dien kring, naar huis gaande, wel eens bij mij zeiven de schoone regels uit het begin van KEATS' Endymion opzei:

„A thing of beauty is a joy for ever,

„lts loveliness increases, it will never

„Pass into nothingness, but still will keep

„A bower quiet for us, and a sleep,

„Full of sweet dreams and health and quiet breathing,"

en eindelijk beproefde een schoon en bij ons weinig bekend fragment van dien beminnelijken, te vroeg gestorven jongen Engelschman, in Hollandsche jamben over te zetten?

Ik bedoel zijn onvoltooiden Hyperion. Mag ik U die vertaling opdragen, met een kleine inleiding?

De stof is ontleend aan oude Grieksche mythen. Hesiodus, in zijne Theogonie, verhaalt, hoe uit Hemel en Aarde twaalf hooge goden, de Titanen, ontstonden; hoe de jongste en krachtigste dezer godheden, Kronos, zich van de heerschappij meester maakte en hoe deze zelf, later, van den Olympus werd afgestooten door Zeus.

Sluiten