Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26

MR. W. W. VAN LENNEP

Andere, latere dichters maken melding van een volgenden strijd door Zeus gevoerd tegen nieuwe machten, die hem den godenzetel wilden ontweldigen. De oorlog der Giganten, en hoe zij, onder aanvoering van Enceladus en Porphyrion, Pelion op Ossa stapelden om den Olympus te beklimmen, hoe zij voorts onder die bergen door Zeus werden verplet, is, in hoofdtrekken, aan ieder bekend.

Er zou misschien reden zijn over dat alles uitvoeriger uit te weiden, zoo het gedicht van JOHN KEATS zich niet onderscheidde door een volkomene zelfstandige behandeling der gegevene stof, en, zoo al te veel herinneringen aan 't geen oude dichters verhalen, den indruk niet stoorden, dien de Bristolsche dichter van het jaar 1819, de 24-jarige niet geheel klassiek gevormde jonge geneesheer, bij zijne lezers wil voortbrengen.

Waarschijnlijk ligt in die al te groote zelfstandigheid, in die Phaëthontische stoutheid, een der hoofdredenen waarom het gedicht nimmer verder dan in zijn eerste twee zangen voltooid is. Er bestaat een begin van een derden zang, dat door den dichter zeiven, bij zijn leven, nimmer eene uitgave waardig is gekeurd. Men ment den zonnewagen niet tot in den hoogsten hemel, enkel omdat men een zoon is van Apollo; men moet, evenals de jonge dichter, in het fragment van zijn derden zang, ons dien Apollo schetst, lang het gelaat van de hooge Mnemosyne hebben aanschouwd en kunnen zeggen:

„Knowledge enormous makes a God of me: „Names, deeds, grey legends, dire events, rebellions,

„Majesties, sovran voices, agonies, „Creations and destroyings all at once „Pour into the wide hollows of my brain

„And deify me,"

Sluiten