Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44

HYPERION

Die in der Goden rijen klimt en zwelt, 135 Wen sussend met den vinger wenkt een God, Dat bovenmenschlijke gedachte, lied Of dondrend woord zich op zijn lippen dringt. — Zoo loeit de wind door barre Noordsche dennen In 't bergenland en ritselt weg in 't mos. 140 Er volgt geen andre klank. — Maar Kronos' stem Groeide als een orgel op in nieuw accoord Uit ondertonen, trillend in de lucht Van weggevloten melodieën. — Zóó Verrees zijn woord: „Niet in mijn eigen borst, 145 „Door niemand van de Goden ooit gepeild,

„Die zelf zich proeft, die zelf haar vonnis velt, „Vind ik de reden van uw droeven staat. — „Niet in de sagen van den eersten dag „Geschreven in dat boek van geest doorwaaid, 150 „Dat Uranus met hellen vinger greep,

„Uit den wegvliênden Bajert, toen de stroom „Het scheemren liet in zijn versmalde golf. „Gij weet, het was een steunsel voor mijn hand, „Dat nimmer mij verliet. — O zwakke steun! 155 „Niet in dat boek, noch in het diep geheim „Der elementen, aarde, water, lucht „Of vuur, de waereld bouwend in verbond ÜOf haast vernielend in hun wisselstrijd — „Niet in dien strijd, door mij zoo diep bespied 160 „En die mij wondre wijsheid leerde, vind „Ik antwoord, waar ik radeloos mij vraag „Waarom gij zóó verlaagd werd uit uw staat. — „Neen, wat ik zoek en tuur in d'eeuwgen loop „Der gansche schepping, totdat ik bezwijm, 165 „Geen duiding, die het raadsel mij verklaar, „Dat gij, de vroegstgevormde tastbre Goön, „Gij, eerstgeborenen des hemels, bukken moet „Voor wat naast uwe kracht, slechts zwakte schijnt! „Toch zijt gij hier, verworpen, uitgeroofd,

159 „Niet in dien strijd, dien ik diep heb bespied.

Sluiten