Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE ZANG

47

..Omdat zij kirt en op sneeuwwitte wiek ..Gaat waar zij wil en waar het hart haar trekt? „Wij ziin als de eiken van een f-renslons wnnrl

245 „En in ons breed gebladert' wiesen op,

Geen duiven, maar een gouden Aadlaarsteelt, „Die stijgen boven ons, door de eeuw'ge wet, „Dat de eerste in schoonheid, de eerste ook zy in

[macht.

,,Ja licht stort eenmaal nog een fierder kroost 250 „Onze overwinnaars neêr in onze rouw!

..Hebt gij den jongen God der zee aanschouwd „Die mij den troon ontnam? — zijn hoog gelaat? „Zijn wagen schuimend op de zee gevoerd „Door witgewiekte dieren, die hij schiep?

■55 „Ik zag hem effenen den hoogen vloed,

„Met zulk een glans van schoonheid in zijn oog, „Dat ik, genoodzaakt, zei een droef vaarwel „Aan al mijn ruischend rijk. Een droef vaarwel!

I „En hier kwam om te zien, hoe 't pijnlijk Lot

fc6o „Met u beschikt had, ook, hoe ver mijn woord

„U troost kon brengen in dit uiterst wee.

„O laat de waarheid zelf uw balsem zijn!" Was 't overtuiging, de overrompeling

| Dier hooge wijsheid, of wel minachting

265 Die hen deed zwijgen, toen Océanus

Al murm'lend ophield, — wie die 't ons vertelt ? Maar 't was zoo, niemand sprak er voor een poos, Eéne uitgezonderd op wie niemand acht sloeg, De zachte Clymené, en, uit dien mond,

270 Kwam geen weerlegging, enkel maar een klacht.

fin iietelijk was de opslag van haar oog En op haar lippen stond een teringblos, Toen dus haar woord ging in die felle schaar: „O vader, ik ben hier de zwakste stem.

75 „ju wat ik weet is. dat de vrenarle mtp^v

„En dit ding Wee in onze harten sloop,

75 ntn al mim weten is. dar vrenado

Sluiten