Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

48

HYPERION

„En immer vrees ik, immer bij ons blijft. — „Ik spelde van geen onheil, zoo mijn woord „Den moed kon breken van verheven Goón, 280 „Wien 't helpen plicht is, zoo er hulp bestaat. „Maar laat mijn smart mij melden, neigt uw oor „Naar wat ik hoorde, wat mij weenen deed, „Mij 't wijken voelen van de laatste hoop! „Ik stond in 't zonlicht van een lieflijk strand, 285 „Waarlangs een adem woei van zoelen geur, „Van bloemen en van boomen en van rust, „Van kalme weelde vol, als ik van leed! „Zoo vol van weelde en blauwen zomergloed, „Dat al mijn hart mij dreef dier eenzaamheid 290 „Een lied uit onze ellende, een licht verwijt „Uit onze smarten toe te zingen. Droef „Zette ik mij neêr en nam een open schelp „En blies mijn murm'lend zachte melodij. — „O melodij niet meer, want toen ik zong 295 „En door mijn arme kunst de doffe schelp „Opruischte in weeklacht langs de wijde zee, „Zoo wendde zich de bries, en, van eén kust, „Juist over mij, een eiland, groen omzoomd, „Woei zulk een tooverklank, dat mijn gehoor 300 „En overstelpt en weggesleept verging

„In 't nieuw, in 't vlijmend schoon dier harmonij! „Ik wierp mijn doffe schelp weg in het zand. „Er was een dood voor mij in eiken vloed „Dier gouden klanken, elke snelle vlucht 305 „Van noten, zinvervoerend van omhoog

„Zich stortend, één voor één en alle op ééns, „Als paarlen, vallend van een zijden snoer; „Een ander en dan weer een nieuw accoord! „Gelijk een duive, die de groene twijg 310 „Van haar olijf verlaat, maar niet gewiekt „Met stille pluim, maar enkel toovertoon, „Kwam iedre noot mij zweven om het hoofd, „En 't werd mijn ziele bang van weelde en smart,

Sluiten