Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE ZANG

49

„Maar diepe smart het meest; en, radeloos, 15 „Met beide handen sloot ik mijn gehoor, „Toen, door het bevende beletsel heen, „Een stem kwam, zoeter vèr dan elke toon „En immer riep ze: „Apollo, jonge Apollo, „Volschoone Apollo, blondgelokte Apollo!"

20 „Ik vluchtte weg en immer riep ze „Apollo!" „Mij volgend. O mijn vader, broeders, o! „Hadt, hooge Kronos, gij mijn smart gevoeld, „Gij zoudt mijn al te veel vertrouwde tong, „Niet overstout, niet noemen ingebeeld,

25 „Waar zij bedeesd een diepe klachte waagt." Zoo vloeide zacht haar stem, gelijk een beek Op steentjes kabbelt, schuchter keert, en weêr Zich omwendt, vreezend voor den kus der zee; Maar branding trof zij, bevend zonk zii neêr.

30 Want alles overstelpend, overviel Encéladus' geroep haar week geluid, 't Verzwelgend in zijn toorn. De klanken zwaar Als norsche golven, dreunend in het diep Van uitgehoolde klippen, kwamen dus

3 5 Aan-bonzen, zonder dat hij van zijn arm Zich ophief, in verachting neêrgeleund: — „Is over wijsheid dan al wat ons rest „Of radeloos gerevel, Reuzengoón? „Geen donderkeil op donderkeil, tot al

40 „Het arsenaal van dien rebel, dien Zeus, „Was neêrgestort, geen wereld, opgetast „Op wereld, op mijn schouders door zijn hand, „Zou meer mij folteren dan kindertaal, „In al de afgrijslijkheid van onzen val!

45 „Spreekt, loome Titans, roept het, brult het uit! „Vergeet ge dan uw wonden, voelt ge niet „Uw schandelijke builen, weet ge niet, „Dat u een nieuw'ling voor zich joeg? En gij, „Ontkoningd golvenvorst, is 't u ontgaan

50 „Hoe gij geroost werdt in uw zeeën? Wat?

Hyperion 4

Sluiten