Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANTEEKENINGEN OP DEN EERSTEN ZANG

61

't sombere zijn bij hem onder anderen zijn bevallige alliteratiën. Hij kent meer dan iemand de kracht van dit dichterlijk hulpmiddel. Nu eens als in den eersten regel:

„Deep in the shady sadness of a vale"

dient de klimmende zwaarte der Engelsche d om het woord sadness met vroeger ongehoorden nadruk te doen uitkomen, zooals mijn vader in zijn Duinzang, " »

„Ziet uw helper, uw heervoogd, uw redder is hier, „Ziet het Hollandsche bloed is gekomen."

door zijne schoone klimmende r-alliteratie het woord redder, waarop het hoofdgewicht ligt, klinken deed. — Dan weer, zooals in regels, die ik straks zal aanhalen, verzeilen vocaalklanken een zich verwijderenden stap en wijzigen zich, zooals het geluid zich met den afstand wijzigt, om eindelijk in eene korte e weg te sterven. — Soms is er een alliteratie, die den grondtoon van een paar regels uitmaakt met eene andere er doorheen, welke sterker opspringt. — Soms weer wordt de klankherhaling ondeugend gebruikt om u iets te zeggen, zonder dat gij het al te duidelijk merkt, maar juist genoeg om ongemerkt den indruk te kleuren, dien de volgende regels op u maken moeten.

In nog hooger mate merkt men dat krachtige leven in het metrum zelf. — In ieder gedicht heeft iedere regel minstens één, meestal twee zware klemtonen. In middelmatige rijmelooze pentameters daalt één dier klemtonen in rustelooze gejaagdheid neer op den laatsten voet. — In middelmatige Alexandrijnen vallen zij te dikwijls op de onveranderlijke snede en met eentonige statigheid op de voorlaatste heffing. — Bij KEATS heerscht de grootste verscheidenheid. Nu eens vindt men het hoofdgewicht op

Sluiten