Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANTEEKENINGEN OP DEN TWEEDEN ZANG

Strekking van het gedicht, blijkende tut den inhoud van den Tweeden Zang. Men verhaalt dat een groot reisgezelschap op weg naar Aix in Savooien door een onweder overvallen werd van zulk een hevigheid, dat de paarden steigerden, verscheidene reizigers hunne rijtuigen lieten stilhouden, dames bij het zien van de felle bliksems flauw vielen en iedereen aan niets anders dan aan de weergesteldheid dacht, behalve de heeren en dames van één rijtuig. Die wisten later nauwelijks dat de lucht van streek was geweest, want den ganschen tijd van het onweer hadden zij alleen ooren gehad voor de schitterende conversatie van Madame de Stael, de beroemde schrijfster.

Eigenlijk grijpt er iets gelijksoortigs plaats in het Titanenhol van Keats. In het begin hoort men niet dan donderenden waterval en heeschen stroom, ziet men niet dan hoekige getande rotspunten, die dreigend zich tegen elkaar aanklemmen, voelt men niets dan steen, aangeduid met de hardste woorden, die de Engelsche taal bezit.

Couches of rugged stone and slaty ridge Stubborn'd with iron.

Maar het duurt niet lang of de Goden, hoe gevallen ook, komen te voorschijn, eerst uit een mist, in eene groote groep, als een van die ringvormige Hunnebedden, die men in het Zuiden van Engeland, in de Normandische eilanden of in het Fransche Bretagne aantreft, dan individueel met steeds treffender teekening, totdat in het einde met de Niobegestalte van Ops-Rhea het tafereel voltooid is. — Nu verschijnt SatüRN-Kronos en het gansche ge-

Sluiten