Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74 aanteekeningen op den tweeden zang

enkele trekken geschetst in den „Prometheus" van SHELLEY:

„Saturn, from whose throne „Time feil, an envious shadow: such the state „Of the earth's primal spirits beneath his sway, „As the calm joy of flowers and living leaves „Before the wind or sun has wither'd them „And semivital worms; but he refused „The birthright of their being, knowledge, power, „The skill which wields the elements, the thought „Which pierces this dim universe like light, „Self-empire and the majesty of love."

Van den Saturn van Keats kan men niet zeggen dat hij de ontwikkeling van het menschelijk denken tegenhoudt. Er zijn (zie mijne vertaling I Zang, regel 287 w.) menschen onder zijne regeering, die met „labouring thought" de teekens van den Hemel weten te verklaren en op kolossale gedenkteekenen af te beelden. Dat nu volgende geslachten den inhoud van die verklaringen als minder belangrijk hebben vergeten, ligt m. i. niet zoo zeer daar aan, dat de Goden met opzet aan die vroegere menschen alleen het minder belangrijke hebben medegedeeld, maar dat zij zeiven, ook met goeden wil, slechts eene zeer gebrekkige wijsheid konden openbaren.

De Titanen van Keats zijn dan ook werkelijk veel ouder dan het „ancien régime". Zij zijn voor den nog zoo jongen dichter, het Alleven der Natuur, gelijk de eerste menschen zich dit onder plastischen vorm hebben gedacht en het Goddelijke in de Natuur, (keats is Pantheïst) zooals dit is aangebeden, zoowel door de oude Egyptenaars het volk der pyramiden, der obelisken, der toen nog niet begrepen en dus raadselachtige hiëroglyphen, als door die onbekende oprichters van Kromlech en Hunnebed en ook niet het minst door die primitieve

Sluiten