Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zei Keetje, die altijd wel een voorwendsel wist om binnen te komen, „en het aschbakje en den koperen palmpot? Toch geen slechte tqding van uw zusters?" —„Slecht? Sientje is ziek en —" ; »Nou maar, dat zou ik mijn eigen niet zóó aantrekken.

Sientje zal wel weer beter worden. —„Ik had belet gevraagd, ik verlangde zóo naar mijn zusters en nu kan ik er niet logeeren!"

—„Nou met die onverwarmde treinen, in 't hartje van den winter! Tegen het voorjaar is 't veel beter voor u," troostte Keetje. „U moest.maar eens uw vriendinnen gaan opzoeken, u moet niet zoo in uw eentje zitten piekeren." —„Ik voel me als geslagen." —„Eerst een uurtje rusten, dat doen alle dames tegenwoordig." —„Slapen kan ik toch niet." Keetje drong aan, beloofde een heete kruik. Mevrouw zag zoo witjes en beefde van verdriet. Rie gaf toe en zocht de koestering van haar bed.

De sneeuw viel nu met groote dwarrelvlokken in het tuintje, waar musschen, de vêertjes bol opgezet om de kou

31

Sluiten