Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eindelijk in slaap, met tranen op de bleeke wangen.

Toen zij de oogen opsloeg stond Keetje bij haar bed. Op een blaadje dampte een kop anijsmelk, die de meid haar drong, uit te drinken. Lusteloos stond zij op en kleedde zich om naar Jeanne te gaan. Keetje had gelijk: 't Was beter dat zij niet alleen bleef. Het sneeuwde niet meer en Jeanne zou wel thuis zijn.

De koude lucht en de schelle sneeuw deden haar oogen zeer. Haastig, alsof zij haar huis ontvluchtte, liep zij over de rulle sneeuw, onder de grijze dreiging der lage lucht, tusschen de donkere huizenrijen, de kleumende handen saamgeklemd in de mof, die ze, als de wind aan kwam snerpen, beschermend hield voor haar bovenden mond. Pijn klopte in haar slapen en in haar hoofd onder het drukkend fluweel van haar hoed, haar mondhoeken trilden, zij voelde als een brandwond ergens diep in haar borst. Haar verdriet uitklagen bij Jeanne, in de gezellige kamer, waar 't warm en vriendelijk was, in Jeanne's handdruk sympathie voelen, in Jeanne's oogen bemoediging vinden, verder wou zij niet denken.

3

33

Sluiten