Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mer, waar Emma, op den schoorsteenmantel, kaarsen opstak. Bedrijvig hield zij zich bezig met de thee.

Maar na de eerste onbeduidende woorden moest zij den geluk verwachtenden vriend, die ontroerd naar de bloemen keek, als naar een symbool van haar liefde, teleurstellen en uit haar leven bannen. O, 't was zoo wreed, ook voor haarzelve! Zij vroeg om uitstel, zij was niet kalm genoeg om vandaag te beslissen. — En klagend als een kind zei ze er bij:

— „Ik heb zoo'n hoofdpijn, Hugo, en 't is opeens zoo koud." —

Maar hij het haar niet uitspreken. Geknield aan haar voeten, nam hij vast en toch zacht haar koude handen in zijn sterke warme handen. Zrj smeekte:

— „Niet doen! niet doen! je maakt mij zwak en als ik heb uitgesproken zal je mijn vriend niet meer willen zijn!"

En toch bleef hij haar handen vasthouden. En de weldoende warmte drong door tot haar weifelende ziel.

Toen sprong hij op en, den arm om haar schouder, drukte hij het kloppend kopje aan zijn borst.

— „Huil maar uit, kindje," zei hij

82

Sluiten