Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

het vrije eigendom des menschen als mensch en iedereen kan onder zekere voorwaarden en in zekere mate gedachten uit zichzelf ontwikkelen. Het is een verkeerde en beklagenswaardige meening voor de ontwikkeling van menschen en volken, en zeer belemmerend voor den vooruitgang der menschheid, aan te nemen dat de mensch alles eerst kan en moet leeren van anderen. Zoo zou er immers nooit iets nieuws gevonden kunnen worden en wij zouden altijd het oude hebben te herhalen. Is dan de mensch nog minder dan de eikel, die uit zichzelf den geheelen eik voortbrengt? Ik heb een doodelijken afkeer van allerlei -anen en -anerij, maar het meest van alles aan de Fröbelianen, want ik zou wenschen dat de idee van zuivere, ware ontwikkeling, en de voorwaarde van echte opvoeding, die toch gewis in den mensch gegrond is, ook uit eiken mensch te voorschijn kwamen door den samenhang en onder de werking van het algemeen geestelijk leven, zooals in de natuur bij de lentezon tegelijk duizenden bloemen en bloesems ontluiken, die het niet eerst van elkander afgekeken hebben te leven en te bloeien en liefelijke geuren te verspreiden, maar die allen een eigen levensdrang volgen — zulk een menschheid is de ware en niet de onder een stempel geslagene. Ik kan daarom te ieder uur welgemoed met al wat ik gedacht en gestreefd heb van de aarde verdwijnen en ik beeld mij niet in, dat daardoor voor de menschheid veel verloren zal zijn; want na mij kunnen menschen komen, die onder gunstiger omstandigheden dan waaronder ik geleefd heb arbeiden en alles op een veel volkomener wijze uit hun gemoed voortbrengen zullen".

Ziedaar reeds een ' staaltje van den echten Fröbel, van zijn stijl, zijn redeneertrant, zijn leering. De beste Fröbellaan is hij, die het minst Fröbeliaa/z is; indien wij eenig blijvend goed willen tot stand brengen, zoo moeten wij het „uit ons gemoed voortbrengen". Dat is alvast een lesje om te onthouden. Maar tevens, geloof ik, een vingerwijzing om ons op weg te helpen tot beantwoording onzer vraag. Fröbel was een veel te goed natuurkenner om niet te weten, dat zijn beeld van den eikel, althans zooals hij het daar gebruikt, niet juist is, dat de eikel niet den eik alleen uit zichzelf voortbrengt; dat er niets in de natuur wordt en wast zonder deze twee: bevruchtting en voeding.

Sluiten