Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7

hebben, maar van wie ik liever zou zeggen: zij hebben het niet in hun eigen gemoed ontvangen en uit hun eigen gemoed gebaard.

Het is mij, toen ik begon mij nader met den dooden Fröbel in te laten, evenzoo gegaan als zoovelen met den levenden. Ofschoon sinds lange jaren innig overtuigd van de waarheid en nuttigheid van de stellingen en strevingen, die op naam van Fröbel staan, voelde ik mij tot nog toe door het personage zelf niet alleen niet aangetrokken, maar bepaald afgestooten. Maar hoe meer ik hem leerde kennen, hoe meer hij won in aantrekkelijkheid en belangrijkheid beide. Maar ik heb nu ook leeren inzien, dat het niet meer dan klinkende leuzen zijn, wat de een den ander nazegt, dat Fröbel ons de oogen geopend heeft voor de belangrijkheid van den kleinkinderleeftijd, dat in de beginselen, die hij voor de opvoeding van dien leeftijd opgesteld heeft, zeer veel is, dat verdient uitgewerkt en toegepast te worden voor de verdere opvoeding, en dat met name het beginsel der „Zelfwerkzaamheid", waarmede hij de eenzijdigheid én onvolledigheid der Pestalozziaansche „Aanschouwing" heeft verbeterd, ook in ons onderwijs nog veel meer, en een algemeene, toepassing moet vinden. Niet dat dit alles niet zeer waar is, niet, dat het niet uiterst belangrijk is en genoeg om Fröbel voor altijd een eereplaats te verzekeren in de geschiedenis der paedagogiek; maar als het beginsel der zelfwerkzaamheid voor ons iets meer zal zijn dan een groot woord en een shibboleth, dan moeten wij het zelf eerst weder uit ons eigen gemoed opnieuw baren, en dan kunnen wij voor bevruchting en voeding en onderhoud tegenwoordig wel anders en beter terecht dan bij den duisteren, mystieken Fröbel. Trouwens, met dat woord „Zelfwerkzaamheid", dat bij Fröbel weinig voorkomt, is zijn bedoeling al even weinig juist weergegeven als Pestalozzi's grondgedachte met het modewoord „Aanschouwing".

Men is gewoon te zeggen, dat Fröbels denkbeelden omtrent de beteekenis van het spel der kinderen en de noodzakelijkheid om aan hun verlangen naar bezigheid voedsel en bevrediging te geven, alle toejuiching verdienen en dat hij er inderdaad in geslaagd is, blijkbaar door een zeker gelukkig instinct gedreven, om een aantal bezigheidsmiddelen uit te vinden, speelgaven en

Sluiten