Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13

practisch nut heeft voor den thans levenden onderwijzer en opvoeder der jeugd. Heeft men die grondgedachte eenmaal gegrepen, dan wordt ook de lectuur zijner werken, waar zij op iedere bladzijde, deels in soms vermoeiende herhalingen, deels in eindelooze altijd frissche variaties, te lezen staat, buitengewoon vergemakkelijkt en verliezen zij veel van hun afschrikwekkend karakter, dat zelfs door vurige Fröbelianen slechts verontschuldigend pleegt besproken te worden. En met de begrijpelip;* heid winnen zij, gelijk ik reeds zeide, ook in aantrekkelijkheid, omdat dan de poëtische gloed en de bezieling, die er overal in ligt, meer en meer begint te stralen en door te stralen tot in de ziel des lezers.

Die grondgedachte nu is de eenvoudigheid zelve; zij is niets / anders dan de innige samenhang en éénheid van al het bestaande1), \ natuur en geesteswereld beide daaronder begrepen. Men zou haar ook een dogma of een geloofsartikel kunnen noemen, want een verstandelijk erkennen is het niet, maar wel is het, gelijk ook Fröbel zelf opmerkt, een onverwoestbare eigenschap en een onuitroeibare behoefte van den menschelijken geest om overal naar eenheid te zoeken, om niet te rusten voor hij een zoo groot mogelijk aantal verschijnselen onder het aspect der eenheid heeft samengevat. De geheele menschelijke wetenschap is niets anders dan een uiting van dat aangeboren streven, en zij zou sterven op den dag zelf, waarop die eenheidsdrang in den mensch ophield te werken \ Fröbel nu is waarlijk de eenige niet, < die, dien onweerstaanbaren drang in zichzelf ontdekkend, daarvan het fundament zijner wereldbeschouwing heeft gemaakt; integendeel, het monisme is algemeen_verspreid, en Fröbels denkbeelden vertoonen dan ook zeer groote overeenkomst met die van tal van andere denkers uit vroegeren en lateren tijd, uit Christelijke en niet-Christelijke omgeying; om slechts eenige

i) Daar men veelal een andere formule opgeeft, is het goed Fröbel zelf als getuige op te roepen ; „Der Oeist, aus welchem diese Spiele hervorgegangen und in welchem sie ausgeffihrt sind, (ist) der Oeist der Einheit alles Lebens (cursiveering van Fröbel). Das dritte Spiel des Kindes. Schriften. Ed. Wichard Lange III, 87; een plaats, die natuurlijk niet alleen staat.

*) Zie mijne rede over „De relatieve zelfstandigheid van verschillende levenskringen" in „De Schakel. Orgaan van den godsdienstig-demokratischen Kring" (sedert opgeheven) I 7/8, 1916.

Sluiten