Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25

gebonden te zijn aan die traditioneele en conventioneele leerstof. Erkennen moeten wij, dat die leerstof onnatuurlijk is en gedeeltelijk slechts door onnatuurlijke procédés kan worden bijgebracht; maar erkennen moet ook iedereen, dat die leerstof nu eenmaal voor het leven in de cultuurmaatschappij noodzakelijk is. Dat heeft ook Fröbel erkend, en veel later, in een brief, die onder den titel „Die Vermittlungsschule" onder zijn werken is opgenomen, noemt hij de eigenlijke school de Lernschule en karakteriseert haar in tegenstelling tot den Kindertuin als de school waar het object, d. i. de leerstof nr één, de daardoor bewerkte ontwikkeling der kinderen echter nr twee is. Daartusschenin wil hij dan — wij zijn in de periode van de liefhebberij voor de „Vermittlung der Gegensatze" — de Vermittlungsschule inschuiven, een denkbeeld, dat in Fröbeliaansche kringen nog altijd druk besproken wordt. Terecht zien echter de besten van hen in, dat dit is het prijsgeven van het ideaal. In de Menschenerziehung was hij immers heftig uitgevaren tegen het bestaande onderricht en de vreemdsoortige, onnatuurlijke leerstof*)/kn had hij juist getracht het beeld van een onderwijs

*) Bv. bl. 162: „Zullen wij dan nooit ophouden, onze kinderen en leerlingen als munten te stempelen en ze met vreemd opschrift en vreemde beeltenissen te doen prijken, in plaats van ze als een op natuurlijke wijze, volgens de door God daarin gelegde wetten, zich ontwikkelend Schepsel te behandelen? Welk geslacht, welk volk en welke tijd zal groot genoeg zijn om zichzelf om den wille van zijn kinderen en de openbaring der echte menschelijkheid te verloochenen? Wij kunnen de doode, slechts opgeplakte, vreemde kennis niet meer verdragen; wij behoeven en zoeken, kennis, .die levend in ons eigen gemoed en geest ontkiemt, zich frisch en gezond ontwikkelt, en in de zon des levens opgroeit. Wilt gij, ouders, dan niet ophouden de opvoeders en onderwijzers uwer kinderen te dwingen de springader des levens in uwe kinderen met allerlei rommelzoo af te dammen of met doornstruiken te omtuinen? Gij antwoordt: alleen zóó uitgedost gelden zij iets in de wereld. Gij dwazen 1"

En aan het eind van het boek (bl. 281) zegt hij, dat de geschetste bezigheden als kleuren, teekenen, zingen, enz. in het algemeen de noodzakelijke voeding voor den geest van het kind zijn, om zoo te zeggen den aether, waarin zijn geest ademt. „Weshalve wij eindelijk toch eens moesten leeren begrijpen, dat wij hoogst storend in de knapennatuur ingrijpen, doordat wij deze noodzakelijke, veelzijdige geestesrichtingen veel te veel in den opgroeienden mensch terugdringen en verdrukken, ja zelfs wanen, God en den mensch, en in het bijzonder den knaap zelf, tot bevordering van zijn toekomst, aardsch welzijn, innerlijken vrede en hemelsche zaligheid een dienst

Sluiten