Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33

vereeren, en zij gaven hem de volgende dithyrambe op den arbeid in de pen, (M. E. bl. 22). „De mensch heeft tot nog toe over het algemeen een geheel valsch, uiterlijk, en daarom onhoudbaar dood, geen leven wekkend en leven voedend, nog veel minder een levenskiem in zich dragend, en daarom neerdrukkend, belemmerend, vernederend en dood begrip van arbeid en arbeidzaamheid, van werkzaamheid voor uiterlijke producten, van werkdadigheid.

„God werkt onafgebroken en gestadig voort, iedere gedachte Gods is een werk, een daad, een product, en iedere gedachte Gods werkt met scheppende kracht, voortbrengend en vormend, werk en daad scheppende tot in alle eeuwigheid voort. Wie het niet reeds ziet, zie Jezus aan in Zijn leven en werken, zie het echte leven en werken des menschen aan, beschouwe, als hij waarlijk leeft, zijn eigen leven en werken. De geest Gods zweefde over de wateren en over het ongevormde, en bewoog het, en steenen en planten, dieren en menschen verkregen vorm en gedaante, aanzijn en leven. God schiep den mensch, naar Zijn beeld schiep Hij hem, daarom zal de mensch bezig zijn1) en werken als God; zijn geest, des menschen geest, zal op en over het ongevormde zweven en het bewegen, zoodat gestalte en vorm, wezen en leven in zich dragend, te voorschijn treden. Dit is de hooge beteekenis, de diepe zin, het groote doel van arbeid en arbeidzaamheid.

„Door vlijt en arbeidzaamheid, door een werken en doen, dat vergezeld gaat van het heldere bewustzijn of ook maar van het flauwste besef („die leiseste Ahnung"), of ook slechts van het onmiddellijke levendige gevoel, dat wij daardoor iets innerlijks uiterlijk daarstellen, aan het geestelijke lichaam, aan de gedachte gestaltenis, aan het onzichtbare zichtbaarheid, aan het eeuwige, in den geest levende, een uiterlijk, eindig en vergankelijk bestaan geven, daardoor worden wij waarlijk Godgelijk en door die Godgelijkheid stijgen wij altijd hooger op tot de ware Godskennis en zoo komt God ons innerlijk en uiterlijk steeds nader. Daarom zegt Jezus in dit opzicht zoo eeuwig waar:

x) Fröbel speelt hier en elders met de voor ons onvertaalbare dubbelzinnigheid van het woord „schaffen", dat zoowel „scheppen" als „bezig zijn" beteekent.

3

Sluiten