Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52

juiste oogenblik weet te pas brengen, dat is de man, voor wien werkelijk „kennis macht is". Mèt dat vermogen is daarom ook alle kennisvergaring nuttig — gelijk eens een familielid, minister geworden, tot mij zeide: het is zoo prettig, ik heb mij nooit met iets bezig gehouden, of het komt mij nu te pas! — zonder dat vermogen is het dood materiaal.

Dit werpt ook licht op een moeilijk punt, dat wij niet onbesproken mogen laten, n.1. op de vraag, of wij ons moeten beperken of uitbreiden. Wie zich beperkt, wordt licht éénzijdig en van éénzijdig bekrompen; maar wie zich uitbreidt, wordt licht oppervlakkig en vlinderachtig. Tenzij — en daarin zit m.i. juist de oplossing, — hij alles weet te verzamelen en te groepeeren om eenige middelpunten.

Maar hier blijkt ook tevens, hoe dit middel toch in zijn wezen ondergeschikt is aan het vorige. Want juist hij, die één of eenige dingen zelfstandig onderzocht of bewerkt heeft, zal daar het best toe in staat zijn. Hij doet het van zelf; hij is er vaak zelf van verbaasd, wanneer hij ontdekt, hoe in zijn geest allerlei, schijnbaar geheel verwijderde dingen, ook zonder zijn toedoen in een zeker verband treden tot datgene, waarmede zijn geest zelfstandig is bezig geweest of bezig is.

Men kan — en moet — de faculteit om de dingen met elkander in verband te brengen, om het een door het ander te illustreeren en aan te vullen, door oefening versterken. Maar een van de beste oefeningen daartoe is juist de actieve kennisvergadering; naar actief verkregen kennis trekt alle passieve kennis heen als naalden naar een magneet; zij hechten er zich aan vast, vormen er een eenheid mede en ontleenen er zelf magnetische kracht aan.

Het is daarom een goed voorschrift, hetwelk in een latijnsche spreuk aldus wordt uitgedrukt: in omnibus versandum, in uno habitandum, d.i. letterlijk vertaald: in alle dingen moet men verkeeren, maar in één wonen. Met één, of met enkele dingen, met één liefhebberijstudie of beroepsvak, houde men zich meer bijzonderlijk onledig, daaraan wijde men het meeste van zijn opzettelijke aandacht, daarin trachte men door te dringen en zelfstandige kennis actief te verkrijgen; en voorts plukke men zooveel bloemen langs den weg als men al voortgaande plukken kan en houde men het oog open voor alle, die daar bloeien en

Sluiten