Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

56

in dezen tijd van overheerschend natuuronderzoek en overheerschend natuurwetenschappelijk denken juist niet zoozeer tot de natuurwetenschappen aangetrokken voelen en daardoor in de minderheid zijn en aan allerlei min of meer verholen smaad bloot staan. Hoeveel de beschaving ook aan de natuurwetenschappen te danken hebbe en nog zal ontvangen, de leeraren en leiders der menschheid zijn toch ten slotte niet de natuuronderzoekers — men zie er de geschiedenis slechts op rond — of zij waren tevens wijsgeeren.

Maar dit zou ons van ons onderwerp afbrengen. Er is ten slotte nog iets, wat ook in hooge mate over het gehalte en de waarde onzer kennis beslist, hoewel het tot op den allerlaatsten tijd toe ternauwernood door de geleerden is opgemerkt, en dat is de mate waarin het gevoel er aandeel aan heeft. Wij hebben straks (want zoo nauw hangt alles samen) dit punt bijna of eigenlijk reeds aangeroerd, toen wij gewaagden van de sympathie of antipathie, die de onderwerpen der geestelijke wetenschappen bij ons opwekken, maar dit is op verre na niet genoeg en ook niet duidelijk genoeg om het gewicht dezer zaak te doen beseffen. „Uit het hart zijn de uitgangen des levens", zegt de Schrift, en dat wordt ook hier weder bewaarheid. Eerst wat wij met het ►hart gevat, en waaraan wij ons hart gegeven hebben, ja eigenlijk alleen dat, is waarlijk een bestanddeel van hoogere geestesontwikkeling, is werkelijk en volledig ons geestelijk eigendom. Daarom is reeds voor het bloot intellectueel begrijpen de deelneming van het hart, de begeleidende gevoelstoon of de affectieve elementen — zooals men tegenwoordig, wetenschappelijk maar minder, expressief zegt — van onschatbare waarde. Maar wat nog van veel meer belang is: eerst die deelneming maakt ons geestelijk bezit waarlijk vruchtbaar voor anderen en daarmede onszelven eerst tot waarlijk beschaafde en ontwikkelde menschen.

Alleen wie de dingen met zijn hart begrijpt, wie, zooals iemand het heeft uitgedrukt, dicht bij zijn hart leeft, heeft altijd wat te zeggen, zij het ook slechts met een stommen handdruk of hoofdknik, altijd wat te geven, zij het ook slechts met een eenvoudig woord.

Hierin ligt ook de reden, waarom beoefening van, of althans zich onledig houden met, de schoone kunsten een der werk-

Sluiten