Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OPLEIDING EN VAKONDERWIJS.

Niet zonder schroom neem ik dit onderwerp ter hand dat ontleend is aan een gebied, waar ik leek en vreemdeling ben. Er is nu eenmaal geen algemeene opvoedkunde, evenmin als er een algemeen geldige en toepasselijke opvoeding is. De opvoeding is telkens een andere al naar gelang het subject of het object, de plaats, het volk of de maatschappij een andere isEen andere is de opvoeding in het gezin, een andere op school, een andere in een gesticht; ' en wederom een andere in een lagere school, een andere in een hoogere burgerschool, een andere in een militaire academie, een andere in ... een ambachtsschool. En voor elk dier kringen en gelegenheden is de opvoedkunde ook weder een andere. Nu ken ik heel wat soorten en specimens van scholen, evenals ik heel wat soorten en specimens van gezinnen ken, maar juist de ambachtsscholen ken ik niet, en een vluchtig bezoek aan eenige dier scholen en gesprekken met hun directeuren, die mij allerwelwillendst hebben ingelicht, waren uit den aard der zaak niet voldoende om mij die kennis in de vereischte mate te verschaffen. Hier komt nog dit bij, waardoor dit bezwaar te klemmender wordt. Men pleegt in de paedagogiek te onderscheiden tusschen opvoeding in engeren zin en onderwijs, en dienovereenkomstig tusschen opvoedingsleer en onderwijskunst. De verhouding tusschen die twee is echter geen constante; ook zij wisselt naar oord en tijd, naar personen en gelegenheden. Zoo is er bijv. in het gezin vergeleken met de school naar verhouding meer opvoeding en veel minder onderwijs, en omgekeerd. In een boek over opvoeding, dat bestemd is voor ouders, zal men dus gemeenlijk weinig of niets vinden over de onderwijskunst, terwijl omgekeerd deze laatste een groote, ja vaak de grootste plaats inneemt in een handboek der opvoedkunde voor onderwijzers. En wederom is die verhouding zeer verschillend op de verschillende scholen; het relatief grootste percentage opvoeding bij het relatief kleinste

Sluiten