Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GODSDIENSTIGE EN WERELDSCHE OPVOEDING.

Het is van algemeene bekendheid, dat in de prediking en het onderwijs van den Heiland, zooals ons dat in de synoptische evangeliën overgeleverd is, het „Koninkrijk der Hemelen" of het „Rijk Gods" een centrale plaats inneemt. In het vierde Evangelie daarentegen, dat velen wat al te gaarne in tegenstelling brengen met de synoptici, komt die uitdrukking nauwlijks éénmaal voor; want het woord van Christus tot Pilatus: „Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld" behoort tot een anderen gedachtenkring. Maar die andere plaats is merkwaardig genoeg en zonder tegenspraak van centrale beteekenis; het is de bekende uitspraak van Jezus tot Nicodemus (Joh. 3:3). „Voorwaar, voorwaar zeg ik u, tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien", of „niet ingaan", gelijk het in de herhaling in vs. 5 luidt. Dit laatste woord herinnert sterk aan de synoptische evangeliën, waar „ingaan" of „inkomen in het Koninkrijk Gods" een zeer gewone uitdrukking is waarvoor Paulus gaarne „het koninkrijk Gods beërven" zegt (1 Cor. 6, 9 en 10; 15, 50; Gal. 5, 21), gelijk ook andere uitdrukkingen van Paulus omtrent het Koninkrijk Gods aan uitspraken van Jezus herinneren. Deze plaatsen bewijzen, dat de prediking van het Koninkrijk Gods ook den oudsten discipelen en apostelen geenszins vreemd was; maar toch valt het niet te loochenen, dat zij reeds bij hen, vergeleken met de prediking van Christus zelf, op den achtergrond treedt. En in de latere Christelijke dogmatiek eerst recht.

Des te overvloediger vinden wij in het evangelie en vooral in den eersten brief van Johannes, alsmede in de Paulinische geschriften, het woord „wereld", of liever „de wereld", ook wel: „deze" of „de tegenwoordige wereld". Wij vinden daarvoor in het origineel twee verschillende woorden, of zelfs drie;

Sluiten