Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

82

En wat onderwijs en opleiding aangaat: men pleegt, vooral in Duitschland, de Hervorming en de Hervormers te prijzen om alles wat zij voor volksonderwijs gedaan hebben, maar dat is historisch ten eenenmale onjuist. De volksschool dankt de wereld al evenmin aan de Hervormers als aan Karei den Qrooten, en wanneer Luther van „scholen" spreekt, die overal, zegt hij, opgericht moeten worden, dan denkt hij aan opleidingsscholen voor toekomstige predikanten met als leerstof „die Sprachen", d.w.z. Latijn, Grieksch en Hebreeuwsch. Dat waren dus wat men tegenwoordig gymnasia zoude noemen en ongetwijfeld kan men zeggen, dat de Hervorming veel gedaan heeft voor de ontwikkeling van het gymnasiaal onderwijs.

Maar zij deed dit ook al weer niet zelfstandig; zij ondersteunde of copieerde eenvoudig het Humanisme, omdat zij daarin, trouwens terecht, een geschikten bondgenoot zag tegen den gemeenschappelijken vijand, de M.E.-sche scholastiek, die de Universiteit beheerschte. Maar het Humanisme, kind der Renaissance, was, of beoogde althans, niets anders dan herstel van het zuivere grieksch-romeinsche, dus heidensche, opleidingstype. Ook hier dus zien wij weder eenvoudige aanvaarding van het wereldsche opleidingstype, omdat men zelf niet in staat was een eigen type te scheppen en ook geen bijzonderen aandrang daartoe voelde, omdat men het eigenlijke christelijk leven toch buiten de wereld stelde. Vandaar ook dat, gelijk ik reeds aanstipte,^ de christelijke paedagogiek eerst aanvangt bij den grooten piëtist Aug. Herm. Francke, omdat het Piëtisme juist op den voorgrond stelde het godzalig leven óók in de wereld.

Doch ook in de prediking en het onderwijs van het Piëtisme vinden wij het Koninkrijk Oods niet die plaats innemen, die het in de synoptische evangeliën inneemt, en het was aan onzen tijd voorbehouden om zich van deze tekortkoming bewust te worden en althans een ernstige poging te doen om het verzuimde in te halen; ik herinner slechts aan nieuwere werkjes voor het godsdienstonderwijs als dat van G. Monod: Le Royaume de Dieu.

Indien wij echter de stemmen willen gelooven, die van alle kanten rondom ons opgaan en wien het niet aan luidruchtigheid en zelfvertrouwen ontbreekt, dan komt deze bekeering te laat. Het Christendom heeft zich nu eenmaal aan de menschheid

Sluiten