Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

91

en dat hij behouden wil desnoods ten koste van zijn natuurlijk bestaan. Dit zou niet kunnen zijn, wanneer de mensch bloot natuurproduct en de zinnelijk-waarneembare natuur de eenige realiteit was. Er moet ook een geestelijke wereld zijn en de mensch is, of hij het erkennen wil of niet, een burger van die wereld.

De erkenning nu van die wereld, en de zekerheid dat zij bestaat en dat de mensch voor haar behouden blijven kan, dat is de religie. En onder alle religies is het Christendom die, welke die realiteit het krachtigst poneert en die zekerheid het volledigst verschaft.

Het is niet moeilijk in deze betoogen van den Jenenser wijsgeer de philosophische inkleeding te herkennen van de geweldige waarheid, de diepste en hoogste ooit door menschenmond uitgesproken en die altijd weer door het leven bevestigd wordt: ik bedoel het woord van Jezus, dat wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen, en dat het den mensch niets baat al gewon hij ook de gansche wereld en leed schade zijner ziel; want wat zoude een mensch geven tot lossing van zijn ziel?

Dat is zoo simpel, dat eigenlijk een kind het kan begrijpen, zooals dan ook Jezus zelf herhaaldelijk verzekert. Immers een kind kan begrijpen, dat men niet absoluut ongelijksoortige dingen tegen elkaar inruilen kan, maar alleen zulke dingen, die onder een gemeenschappelijken waardemeter te brengen zijn. Zulk een is echter niet te vinden voor geestelijke en ongeestelijke dingen. Daarom, als de mensch geestelijk armer wordt, dan baat hem geen rijkdom en geen weelde en geen comfort; hij kan desnoods zijn ziel aan deze dingen weggooien, maar hij kan nooit beweren, dat hij dan zijn ziel behoudt.

Er kan niet genoeg de nadruk op gelegd worden, dat het! juist de cultuur is, die den mensch hoe langer hoe meer als geestelijk wezen openbaart. Men vergelijke slechts de muzikale, architectonische, wetenschappelijke en philanthropische aspiraties van ons tegenwoordig geslacht met die van vroegere geslachten, ook zulke, die nog niet eens zoo heel ver achter ons liggen. De eischen, die de mensch nu aan het leven stelt, zijn ontzaglijk gestegen, maar als wij nauwkeurig nagaan, waarin zij gestegen zijn, dan zien wij, dat het eigenlijke verschil daarin ligt, dat zij ] van veel meer geestelijken aard zijn geworden. De moderne

Sluiten