Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

95

vreedzaam in elkander vloeiden: is het dan niet duidelijk, dat de aangewezen verschijnselen in hevigheid zijn toegenomen, dat het overwoekeren van het ééne onderdeel veel gevaarlijker is geworden voor het geheel van het geestesleven, dat in één woord met het stijgen der cultuur, hier der „Teilkultur", bij het ontbreken van behoorlijke tegenwichten van een overheerschende, centralizeerende geesteskracht, de schade der ziel juist door die cultuurstijging zoowel in de breedte als in de diepte bedroevend is toegenomen, dat het gevaar, zijn ziel daarbij te verliezen voor elk, die daarin zijn leven zoekt, op beangstigend e wijze is vergroot?

En precies dezelfde verschijnselen zouden wij waarnemen en tot precies dezelfde conclusie zouden wij komen, wanneer wij andere „Teilkuituren" nader in oogenschouw namen. Wij zouden, om slechts iets te noemen, den man van wetenschap blootgesteld vinden aan het verhoogde gevaar van een zekere verontpoëtiseering des levens, zooals bijv. Darwin ons die in zijn autobiographie zoo ontroerend schetst: wij zouden bij denijverigen philanthroop een zekere atrophieering opmerken van den schoonheidszin en zoo meer, overal het plus aan de ééne zijde gekocht zien met een minus aan bijna alle andere zijden, hetwelk niet anders dan als een verarming, een verschrompeling van het geestesleven kan worden aangemerkt.

Daartegen kan het geestesleven alleen worden beschermd, wanneer het tot zelfstandigheid komt; eerst wanneer het geestesleven wordt tot een eigen, zelfstandig leven, kan het de noodige kracht ontwikkelen om al zijn deelen te beschermen, want eerst dan kan het al zijn deelen voor ach opeischen. Dan eerst kan er sprake zijn van een harmonische ontwikkeling van al die deelen tot éénheid.

Onder zelfstandigheid nu wordt hier verstaan onafhankelijkheid van de zinnelijke, de natuurlijke wereld en wij hebben reeds opgemerkt, dat het alleen de religie is, die den mensch die onafhankelijkheid waarborgt en dat daarin het wezen der religie ligt. Met het stijgen der cultuur stijgen dus ook noodwendig de religieuze aspiraties.

Maar terecht eischt hier de moderne mensch van het Christendom meer dan het tot nog toe gepresteerd heeft. Want ontegenzeggelijk was dit de zwakheid van die oudere opvatting van het

Sluiten