Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

106

en noopt en dwingt tot het zoeken en aangrijpen van iets, wat de zelfstandigheid, de onafhankelijkheid van het geestelijk leven redt en waarborgt En daar, gelijk wij eveneens zagen, het alleen de godsdienst is, die dit vermag en doet, zoo is een wereldsche opvoeding d.w.z. een opvoeding alleen voor dit leven, ook al neemt men dat leven in zijn hoogste en edelste openbaringen, ten slotte niets zonder de godsdienstige opvoeding, d. i. de opvoeding voor nog een ander leven. Maar dit „nog een ander leven" is niet zoo te verstaan, alsof dat leven kwame naast of na dit aardsche leven. Neen, maar het moet zich daarin voortdurend openbaren, het moet zich om zoo te zeggen door dat leven omhoog werken, want het is niet een rustig bezit, maar iets dat in voortdurenden strijd, in onophoudelijke worsteling, moet worden veroverd, behouden en versterkt.

In dien zin komt de godsdienstige opvoeding dan ook niet na de wereldlijke, maar beginnen zij beide tegelijkertijd. In anderen zin echter komt zij wel later. Want, zooals Paulus zegt, het geestelijke is niet eerst, maar het natuurlijke. En er gaat ook niets af van wat wij boven hebben aangemerkt naar aanleiding van Jezus' woord omtrent de getrouwheid in het minste, welke volgens Hem vooraf moet gaan aan den arbeid aan het hoogere. Maar de godsdienstige opvoeding bestaat dan ook niet wezenlijk in een reeks van zekere daden en verrichtingen, waarvan men den juisten datum kan bepalen, maar in een zekere gezindheid des harten, een zekere levensopvatting, die bij de opvoeders aanwezig en levend en werkzaam moet zijn, en die, als zij dat is, vanzelf om het kind een atmosfeer schept, waarin het opgroeit. *) En deze atmosfeer, de atmosfeer van waarachtige godsdienstigheid, die is er dan ook van den beginne af aan. Wanneer die eerst later moet worden geschapen, dan ontstaat er altijd een tekort, dat ingehaald moet worden en vaak helaas niet meer in te halen is.

Het zal uit het voorgaande duidelijk zijn, dat ik bereid ben den eerenaam van godsdienstige opvoeding toe te kennen aan elke opvoeding, die gedragen en beheerscht wordt door het

Vergelijk hierbij en bij het volgende „Godsdienstige Opvoeding" in den tweeden Bundel, blz. 219—243.

Sluiten