Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

109

eerst hun ware waarde verkrijgen, beschouwd sub specie aeterni; en met vreugde aanvaardt en herhaalt zij Jezus' woord: zoekt eerst het Koninkrijk Oods en Zijne gerechtigheid en al deze dingen zullen U toegeworpen worden. Het besef van de realiteit van den onzienlijken achtergrond der zienlijke dingen, van de alomtegenwoordigheid van het eeuwige, zal zij het kind niet kunstmatig opdringen, maar zij zal ook niet dulden dat het in zijn ziel verstikt wordt, en zij zal daarom wel degelijk de voorkomende gelegenheden en de geschikte middelen aangrijpen om dat besef te wekken, te onderhouden en te verlevendigen, als daar zijn: huiselijke en openbare godsdienstoefeningen, persoonlijk en gemeenschappelijk gebed en lezing der Schrift, altemaal dingen, waar men zeker niet te vroeg, maar ook niet te laat mee moet beginnen, waar men niet te overdadig, maar voorwaar ook niet te karig en te angstvallig mee moet zijn. Zij zal zich wel wachten, een kunstmatig zondebesef in het kind te willen planten, maar zij zal zich niet minder zorgvuldig wachten, het kwaad, waar het zich in het kind openbaart, te verbloemen of te vergoelijken: zij zal niet aarzelen de zonde, zonde te noemen en trachten het kind te brengen en te leiden op een weg, waar hij door eigen diepe zielservaringen zichzelf kan leeren kennen als een zondaar die verlossing noodig heeft. Zij zal voortdurend er op uit zijn hem te doen gevoelen, dat zwijnendraf geen menschenvoedsel is, en dat alles, wat hem niet nader brengt tot zijn ware bestemming, niet veel beter is dan zwijnendraf. Zij leert dit aardsche leven niet verachten, maar hoogachten, ja eeren, ja liefhebben en er hard voor werken, want het is Oods geschenk, maar het toch altijd doen gevoelen als iets, waar de mensch toch eigenlijk los van is, waar hij zijn gansche hart niet aan geven kan. Want zijn gansche hart kan de mensch alleen geven aan iets wat hij waarlijk zijn eigen kan noemen en zijn eigen noemen kan hij alleen iets wat zijn persoonlijk, onvervreemdbaar eigendom is; het aardsche leven echter wordt, gelijk reeds Epicurus het leerde en zijn volgeling Lucretius het zoo schoon uitdrukte, niemand in eigendom gegeven, maar allen slechts in bruikleen afgestaan. x) Wij keeren hier terug tot ons uitgangspunt: dit is het diepe,

*) Vitaque mancipio nulli datur, omnibus usu (De rerum natura, III, 971.)

Sluiten