Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

124

onderwijs een particuliere aangelegenheid bleef. Want zij dwong tot aaneensluiting van kleinere of grootere groepen, omdat geen huisonderwijs meer aan de moderne eischen kan voldoen, en zij dwong ook den Staat de zorg voor het onderwijs voor een zeer belangrijk deel aan zich te trekken, al ware het alleen maar door de kosten te bestrijden. Eerst die geweldige uitbreiding van het volksonderwijs maakte de vraag naar de verhouding van godsdienst en school urgent. Want het is duidelijk, dat dit niet kon gebeuren zoo lang ieder nog tant bien que mal voor het onderwijs van zijn eigen kinderen kon zorgen. En eerst dat optreden van den Staat als grootschoolhouder maakte die vraag tot een politieke vraag. Want dit liet aan hen, die zich om de boven geschetste redenen met recht verongelijkt voelden, nauwelijks een anderen uitweg om zich recht te verschaffen dan uit te gaan op „verovering van het regeeringskasteel".

Dat die strijd wel met wat edeler wapenen had kunnen worden gevoerd dan veelal geschiedde, dat met meer begrip van andersdenkenden en meer tegemoetkoming aan de eene, minder overdrijving, hartstocht en verdachtmaking aan de andere zijde nog heel veel naars had kunnen vermeden worden en wij niet zoo diep in het moeras hadden behoeven te verzinken als het geval is geweest, dat zijn retrospectieve beschouwingen, die thans overbodig zijn geworden. Nu er door de „gelijkstelling" de politieke angels uitgetrokken zijn, kan ten minste de strijd weder worden tot wat hij in het wezen der zaak is en altijd had moeten blijven, een strijd van levensopvattingen en komt er ruimte voor de erkentenis, waartoe dit artikel een bescheiden bijdrage heeft willen leveren, dat er krachtens de eindelooze veelvormigheid van het menschelijk gemoeds- en het moderne gemeenschapsleven zoovele mogelijkheden zijn om de vraag naar de juiste verhouding van school- en godsdienstige opvoeding op te lossen, dat ieder daarin in de eerste plaats een persoonlijke kwestie behoort te zien, die ieder met zijn eigen geweten moet uitmaken en die allerminst mag gebruikt, d.i. misbruikt, worden als politiek cement. Van den Staat mag en moet geëischt worden, dat hij zijn burgers geen onnoodige belemmeringen in den weg legge om de voor ieder meest wenschelijke oplossing te zoeken en te vinden, ofschoon niemand mag vergeten, dat ook de Staat geen

Sluiten