Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

125

ijzer mejt handen breken kan. Wanneer een groot aantal menschen alleen van een bepaalde school of soort van school gediend zijn, dan hebben zij het recht daarmede met rust gelaten te worden. De principiêele bezwaren zijn over en weer even eerbiedwaardig en, zijn zij dit dikwijls ook slechts in theorie, omdat zij in de werkelijkheid maar al te vaak ver te zoeken zijn, dit geeft niemand het recht ze op zijde te schuiven, al moge het voor hem, die zulks waarneemt, een alleszins billijke reden tot zedelijke verontwaardiging opleveren.

Maar wat men vooral moet leeren, dat is, iedere school op zichzelf te beschouwen. Het is menigmaal gezegd, maar kan nooit genoeg herhaald worden: wezenlijk hangt alles van de onderwijzers af, en die zijn immers overal verschillend. Het uithangbord waarborgt niets, noch bij het openbare noch bij het bijzondere, noch ten goede noch ten kwade. Het is niet waar (de uitdrukking klinkt in dezen tijd niet aanbevelenswaardig, maar ik kan haar niet vermijden en heb op grond van ruime eigen ervaring het recht haar te gebruiken), dat alle kinderen op alle Christelijke scholen waarlijk Christelijk worden opgevoed, en evenmin dat zij daar allemaal in dompersgeest en dweepzucht, in bekrompenheid en onverdraagzaamheid worden opgevoed. Het is evenmin waar, dat de kinderen der openbare school worden „overgeleverd aan ongeloof en revolutie" als dat het onderwijs op de confessioneele school doorgaande minderwaardig is. Er zijn openbare scholen genoeg waar een echt religieuze geest heerscht en waar de kinderen het werkelijk goed hebben in een weldoende atmosfeer, en er zijn „Christelijke" scholen, waar de geest van Christus niet heerscht. Het is over en weer niet billijk elkander naar minderwaardige exemplaren te beoordeelen. De minder gewenschte elementen in de maatschappij zijn van allerlei soorten van scholen afkomstig en de spreuk, dat men aan de vruchten den boom kent, is hier daarom niet toepasselijk, omdat geen mensch in staat is precies aan te geven welke vruchten van welken boom zijn gevallen. En ten slotte, hoe hoog men den invloed der school ook moge aanslaan, in geen enkel menschelijk leven is zij de eenige, en stellig in weinige, misschien in geen enkel, de beslissende geestelijke macht. Wil men de jeugd godsdienstig opgevoed hebben of de wereld verbeteren, men

Sluiten