Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

131

indiening in 1910 in de archieven slapen, bevatten het voorschrift, dat niemand tot een leeraarsbetrekking aan lyceum of middelbare school kan benoemd worden, die niet een getuigschrift kan overleggen, waaruit blijkt dat hij tot het geven van schoolonderwijs ook uit paedagogisch oogpunt, theoretisch en praktisch, voldoende is voorbereid. (Art. 67 V. H. O. m art. 58 M. O.). De uitwerking van dit voorschrift is neergelegd in een ontwerp-Koninklijk Besluit, waar deze materie geheel naar het voorbeeld der duitsche en oostenrijksche Gymnasialseminare geregeld is. Dit voortreffelijk Koninklijk Besluit, dat ternauwernood nog eenige retouches zou vereischen, voegt zich precies even gemakkelijk in de bestaande toestanden en wetgeving in als in de toekomstige; het had dus, gelijk ik op een buitengewone algeweene vergadering van het Oen. van Leeraren aan Nederl. Gymnasiën te Utrecht, 4 Jan. 1911, heb betoogd, volstrekt niet op de invoering van de Lyceumontwerpen behoeven te wachten, maar had terstond in werking kunnen treden. Ofschoon dit denkbeeld, naar hij mij ook persoonlijk verzekerde, de instemming had van den daar aanwezigen Inspecteur der Gymnasia, heeft niemand er later ooit meer iets van gehoord.1) Wij zijn te dien opzichte nog even ver als in Frankrijk, waar ook alleen nog maar een vrijwillige vakopleiding voor leeraren bestaat, doch waar de paedagogische colleges aan de Universiteit en de daaraan meestal vastgekoppelde vrijwillige stages in lycées en colléges veel meer belangstelling en deelneming vinden en reeds veel meer in de zeden zijn opgenomen dan bij ons, waar b.v. de aankondiging van het eerste vrijwillige professoraat in de paedagogiek aan de Universiteit2) van de zijde der jongelui terstond beantwoord werd met een levendige actie, die geenszins de populaire persoonlijkheid van den nieuwen titularis, maar het onpopulaire doel van zijn optreden tot voorwerp had. Zelfs in Duitschland en Oostenrijk, waar theoretische opleiding en paedagogische examens en stages („Probejahre"), met een duur van 1 of 2 jaar, reeds lang wettelijk zijn voorgeschreven, kan men niet

3) Hei is in beginsel opgenomen in het wetsontwerp de Visser op het M. O. van 1921, maar oók dit ontwerp is al weder ad acta gelegd.

2) Bedoeld is de oprichting van een bizonderen leerstoel te Leiden, sedert bezet door prof. Casimir.

Sluiten