Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

135

klaarde: de diertjes zijn er aan gewend, terwijl de heeren van het M. O. (ik noem de dames niet, omdat die zachtaardiger zijn) uit ongewoonte nog wat gevoelig zijn. Mettertijd zal dit echter ook wel wennen, en het snelst, wanneer zij er zelf aan gaan meedoen.

De vierde oorzaak, die aan de drie voorafgaande eerst de rechte kracht geeft, is wel de gewichtigste. Zij is deze, dat de beteekenis van het weten, de vakkennis, bij het middelbaar onderwijs zoo onevenredig veel meer op den voorgrond treedt en ook inderdaad veel belangrijker is dan bij het lager. Bij dat wat wij thans middelbaar onderwijs noemen en wat eeuwen lang het eenig officieel geldige was, is dit van oudsher altijd zoo geweest, terwijl dit bij het elementair onderwijs in den goeden ouden tijd — toen men afgedankte soldaten en emeriti schoenlappers tot schoolmeesters aanstelde — eenvoudig niet mogelijk was, omdat de mate van vereischte kennis te dicht bij 't nulpunt stond. Er is dus ook hier een machtige traditie in het spel. Volgens de traditioneele opvatting is de docens de persoon die 't weet, en de discens die 't niet of in veel mindere mate weet; en de eenige zorg is, dat het surplus aan weten bij den eerste groot genoeg is en blijft. Men stelt zich daarbij de verhouding tusschen beiden ongeveer voor als die van twee glazen, met een vloeistof gevuld en door een draad verbonden; zoolang de hoeveelheid in het eene glas grooter is dan die in het andere, wordt de vloeistof van het vollere in het minder volle overgeheveld, 't Is waar, dat dit proces bij 't doceeren niet zoo vanzelf gaat; maar, als het surplus van den docens groot genoeg is, kan de schuld immers alleen bij den discens liggen. En dan zijn er nog wel hulpmiddelen om het proces te bespoedigen: roede en plak vroeger, lage cijfers en strafwerk en schoolblijven thans.

Men kan hier niet de fouten in de redeneering aanwijzen, eenvoudig omdat er geen redeneering is: 't is een instinctief gevoel, op eeuwenoude traditie berustend, 't Is echter toch ook nog wel iets meer dan dat. Inderdaad is solide vakwetenschap van voldoenden omvang een onafwijsbaren eisch in den docent. De paedagogiek heeft dat ook nooit in twijfel getrokken, integendeel haar woordvoerders hebben steeds, in binnen- en buitenland, met klem betuigd, dat ook zij van dien eisch geen titel of jota

Sluiten