Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

149

Zoo opgevat staat „formale Bildung" lijnrecht tegenover „beroepsleiding". Beroepsopleiding is natuurlijk ook een „vorming", maar een materieele, niet een formeele.

De kwestie van de „formale Bildung" is zeer oud. Want een kwestie is het, en zelfs een zeer moeilijke.

Historisch gesproken heeft die kwestie meer belang voor de middelbare en de hoogeschool. De strijd vóór of tegen Latijn en Orieksch toch bewoog zich voor een goed deel om deze kwestie. Er was een tijd, dat men in de wereld niets was zonder Latijn, dat er geen toegang was tot kennis van iets meer dan de allerlaagste soort dan door het Latijn. In dien tijd had dus het Latijn practische waarde. Die tijd ligt thans reeds ver achter ons. Derhalve, zeiden en zeggen de tegenstanders der zoogenaamde klassieke opleiding, had het Latijn al lang moeten zijn afgeschaft, en het Orieksch natuurlijk nog veel meer, en alleen zijn plaats behouden in de beroepsopleiding van hen voor wie dat noodig is. Tegen deze, schijnbaar zoo sterke, redeneering, hebben de verdedigers zich reeds in de XVde en XVIde eeuw, maar vooral sedert de dagen van Herder en de andere nieuw-humanisten van het einde der XVIIIde en het begin der XIXde eeuw beroepen op de groote, volgens hen onvergelijkelijk groote en doorniets anders te vervangen formeele waarde van de bestudeering dier beide talen. Zegt iemand: „wat heb ik nu aan al dat Grieksch, waar ik zooveel jaren van mijn leven op heb moeten blokken? Ik had dien tijd nuttiger kunnen besteden," dan luidt het antwoord: „volstrekt niet, want uw geest is daardoor veredeld en verrijkt op een wijze, als anders niet of nauwlijks bereikbaar ware geweest." Zoo heeft men vaak tegen felle en welsprekende bestrijders der klassieke opleiding, die zelf Latijn en Grieksch geleerd hadden, niet onaardig aangevoerd, dat zij niet in staat zouden zijn geweest zulk een mooi betoog tegen die talen te leveren, wanneer zij niet in het bezit waren geweest der „formale Bildung", die zij aan die talen te danken hadden.

Het is duidelijk, dat men de tegenstelling tusschen „formeele" en „materieele" vorming ook zoo kan formuleeren: kennis van direkt practisch nut en van niet-direct practisch nut, of nog korter: nuttige kennis en. . . .

Sluiten