Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

159

Münchener schoolopziener Kerschensteiner, beiden mannen van groote beteekenis en vèrreikenden invloed, künnen wij dit het best illustreeren. Stanley Hall verklaart het eens te zijn met Demolins, die de engelsche opvoeding in Frankrijk heeft ingevoerd en die een school verlangt, die bekwaam maakt voor niets, en met Lowell, die de Universiteit omschrijft als de plaats waar niets nuttigs wordt onderwezen. Kerschensteiner daarentegen wil met de beroepsopleiding zoo vroeg mogelijk aanvangen en de geheele volksschool daarop baseeren. Kerschensteiner treedt daarmede in oppositie tegen de geheele richting en inrichting van het onderwijs in zijn vaderland sedert de dagen en onder den invloed van von Humboldt; Stanley Hall daarentegen bevindt zich in overeenstemming met de tot op den jongsten tijd toe overheerschende meening in Amerika, dat de school zoo lang mogelijk moet zijn „open to the top", om ieder harer leerlingen de beste kansen te geven om in't leven zoo hoog mogelijk op te stijgen, en hij ondersteunt dit in den grond sociaal-politiek streven van zijn standpunt uit met psychologische en zuiver theoretische argumenten (II. 88 v. v.). Dat stemt overeen met den roep om „freie Bahn den Tuchtigen" of om „Aufstieg der Begabten", die thans in Duitschland zoo luid weerklinkt en tot ingrijpende maatregelen aanleiding geeft Deze opvatting is ook bij ons niet onbekend en wordt hier gepropageerd onder de leuze „uitstel van beroepskeuze". Daaraan heb ik zelf ijverig en onder de eersten meegedaan. Zij openbaart zich ook in den term „algemeen vormend (ontwikkelend) onderwijs", door de Ineenschakelingscommissie in omloop gebracht, en in de definitie van Lager onderwijs, door haar in Art. I. 1. van haar Ontwerp van L. O. neergelegd, volgens welke „dit tot hoofddoel heeft die algemeene vorming, welke voor de geheele bevolking noodzakelijk geacht moet worden" en nog veel duidelijker in den tegenzin, ja ik mag wel zeggen, den angst, die, zooals ik nog onlangs heb ondervonden1) de Nederlandsche onderwijzers ter-

*) n.1. toen door het Hoofdbestuur der V. t. Bev. v. h. Onderwijs in Handenarbeid in Nederland, waarvan ik de eer had voorzitter te zijn, in eigen kring een enqête gehouden was omtrent de invoering bij de Wet van den Handenarbeid als leervak op de L. S. Daar was men natuurlijk algemeen voor, maar op de vraag, of bij algemeene invoering dit onderwijs niet eenigermate lokaal

Sluiten