Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

172

beheeren en Hem daarvan verantwoording te doen. Wij hebben ze dus te beheeren naar Zijn intenties, en daartoe behoort in de eerste plaats, dat wij ze aanwenden tot nut van anderen. Dit aanwenden kan den vorm van weggeven aannemen, maar dit is volstrekt niet de eenige, laat staan de voornaamste vorm. Het criterium is, dat anderen, onze naasten, onze medemenschen, de maatschappij, en in laatster instantie de geheele menschheid, er 't grootst mogelijk profijt van trekken en dat dit profijt ons gaat ver boven het eigen profijt.

De formule: „Het ware doel van alle bezit is de uitdeeling" is dus zeer zeker ook toepasselijk op de stoffelijke goederen. Maar toch eerst recht op de geestelijke en in toepassing daarop wordt zij ons eerst recht duidelijk.

Om drie redenen. Ten eerste, omdat de eigenlijke grond ons hier zooveel duidelijker wordt. De eigenlijke grond toch is, dat wij niets hebben wat ons niet gegeven is. Men hoore wederom Paulus: „Wat hebt gij, dat gij niet ontvangen hebt? En zoo gij het ook ontvangen hebt, wat roemt gij — en wij mogen hier invoegen : en wat beschikt gij erover — alsof gij het niet ontvangen hadt ?" (1 Cor. 4 vers 7). Wanneer iemand zich door een leven van arbeid een (kleiner of grooter) fortuin verworven heeft, dan is het begrijpelijk, dat hij tot zichzelf zegt: „dit is mij niet gegeven, maar ik heb 't tot mij genomen." Ofschoon hij toch zoo niet zou kunnen spreken zonder te vergeten, hoeveel hij dankt aan de omstandigheden waaronder hij gewerkt heeft, zonder welke zijn arbeid ijdel, ja onmogelijk zou zijn geweest. Maar wat zal iemand zeggen van zijn verstand, zijn onderscheidingsgave, zijn werk- en ondernemingslust, zijn scherpzinnigheid, zijn blijmoedigheid, kortom, al die gaven van hoofd en hart, waardoor hij heeft kunnen worden die hij geworden is en heeft kunnen tot stand brengen wat hij tot stand gebracht heeft ? Dit zijn toch immers altemaal dingen,die een mensch geschonken worden en waarvan hij hoogstens kan zeggen, dat hij ze niet veronachtzaamd, zelfs gecultiveerd heeft, maar nooit dat hij ze genomen heeft ? Maar ook dat cultiveeren was niet mogelijk zonder gebruik te maken van omstandigheden, die geen mensch zichzelf geschapen heeft, die ieder mensch alleen gebruiken kan als hij ze ontmoet, als zij hem gegeven worden.

Wanneer het dus alles geschenken zijn, hoe kan een verstandig

Sluiten