Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

181

is. Velen hunner hebben afwisselend „dag-" en „nachtdienst". De spoorwegmaatschappijen pubiiceeren hun „Dienstregelingen", waarbij de „winterdienst" beperkter is dan de „zomerdienst". Soms worden deze „diensten" door een voorvoegsel nader gespecificeerd, zoo vooral „godsdienst" en „krijgsdienst", maar waar dit niet noodig is, wordt dit weggelaten; kerkgebouwen kunnen niet worden bezichtigd als er „dienst" is en een student moet zijn examen uitstellen, omdat hij eerst nog „dienen" moet.

Uit de voorbeelden blijkt reeds, dat daarbij regelmatig gedacht wordt aan den een of anderen vorm of tak van „publieken" dienst, zelfs meest aan staats-dienst. Bij vergelijking wordt het evenwel ook op andere betrekkingen overgebracht: het personeel van een groote bankinstelling of stoomvaartmaatschappij of derg. heeft in dien zin ook „dienst", zonder er zich vernederd door te gevoelen. Vooral echter wordt het geheel overdrachtelijk gebruikt: wie zich beijvert voor het heil zijner medemenschen, wordt gezegd te staan in den dienst der barmhartigheid, der waarheid, der gerechtigheid, of wat het zijn moge.

Wij zien nu duidelijk, dat wat in al deze gevallen, waarin voor het algemeen gevoel aan hét begrip „dienst" niets vernederends aankleeft, afwezig is, dat is het afhankelijk zijn van een bepaald persoon. Het is altijd een onderworpenheid aan een gemeenschap, een organisatie of een abstract begrip.

Zoodra het echter een persoon, een concreet mensch is, die een ander in zijn „dienst" heeft, dan wordt het geheel anders. Dan deelt het woord „dienst" in al de impopulariteit, die, tegenwoordig althans, aan het „dienen" woonden is. Ook zijn samenstellingen deelen in dat lot. Wie wil tegenwoordig nog „dienstbode" zijn of althans heeten? Men wil niet eens meer in „dienst" staan van den monarch, hoewel deze toch, waar hij nog voorkomt, niets meer is dan de persoonlijke vertegenwoordiger, zoo te zeggen het zichtbare zinnebeeld, van het onpersoonlijk staatsgezag. Maar welke timmermansknecht Iaat zich zeggen, dat hij „in dienst" staat van zijn „baas" ? Hij „werkt bij" zijn „patroon", ziet u? en dat is heel wat anders.

Het is met het voorgaande niet in strijd, veeleer een logisch

i) In den laatsten zin gebruikt de post het altijd, als zij „Dienst"-brieyen van port vrijstelt.

Sluiten