Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

185

de vraag, hoe dat doel te benaderen, m.a.w. hoe de opvoeding met het oog daarop in te richten. Te dien opzichte kunnen onze amerikaansche voorlichters ons slechts weinig helpen, ten eerste omdat zij, gelijk ik reeds aanstipte, veel te overwegend aan de school denken, en ten tweede, omdat zij, in verband daarmede, te veel geneigd zijn het heil te zoeken in zedekundig onderwijs (moral instruction). Het is duidelijk, dat een menschenkind niet in één dag een goed maatschappelijk „dienaar" wordt, en dat ook hier weder, om mijn geliefkoosd beeld te herhalen, de top van den berg niet aan zijn voet ligt. Aan den voet zal de bestijging moeten beginnen, of zonder beeldspraak uitgedrukt, deze opvoeding zal reeds bij het kleine kind moeten aanvangen. Maar dan kan er toch nog geen sprake zijn van rechtstreeksche opleiding tot maatschappelijken dienst ! Ook de eenvoudigste elementen, die men uit dit, met toepassing op een maatschappij als de onze noodzakelijk uiterst gecompliceerd begrip kan afscheiden, liggen nog ver buiten den geestelijken gezichtseinder van het kleine kind en blijven dat nog vele jaren lang, minstens tot in de eerste jaren na den puberteitsovergang. De rechtstreeksche opvoeding tot dat doel kan dus eerst daarnè beginnen, bij de zoogenaamde rijpere jeugd, dat komt ook in de artikelen in de Ed. Rev. duidelijk uit. Maar om dan met eenige kans op succes ondernomen te kunnen worden moet zij natuurlijk voorbereid, en wel zeer goed en deugdelijk voorbereid zijn. Alvorens zijn intrede te doen in de middelbare of voorbereidende hoogere opleidingsschool voor maatschappelijken dienst zal het kind een daartoe voorbereidende lagere school moeten doormaken.

Wanneer nu iemand het beter weet, dan moet hij het zeggen, maar ik voor mij zie niet in welk ander voorbereidend lager onderwijs daarvoor te vinden zou zijn dan de opvoeding tot het dienen in eigen kleinen kring, tot het dienen dus niet van eenige gemeenschapsinstelling, laat staan van een staatsgewrocht, en ook niet van het een of ander abstract begrip, maar van de concreete personen uit zijn omgeving, in de eerste plaats dus van vader en moeder en de andere leden van het gezin.

En hier zien wij nu het vraagstuk, dat wij boven slechts even aanstipten, in al zijn scherpte voor ons opdoemen. Als wij onze kinderen gaan opvoeden tot „dieners" van concrete menschen,

Sluiten