Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

188

volbloed anarchist, moet het oude, maar altijd actueele vraagstuk van de verhouding tusschen vrijheid en tucht in zijn toepassing op de opvoeding wel bijzonder nijpend zijn. De oplossing, die Jeanmaire zelf geeft, en die, zonder bepaald onjuist te zijn, toch niet tot den bodem afdaalt — hij herinnert er eenvoudig aan, dat elke waarheid relatief is, en vooral op het gebied der opvoeding (cursiveering van hem) — kunnen wij laten rusten. Wij kunnen en willen hier van het vraagstuk alleen onze eigen oplossing geven. Deze is op het allerkortst samengevat in de formule: „opvoeding tot dieners" en bestaat in het volledig aanvaarden van het gansche begrip „dienen" en de opneming daarvan in de opvoeding.

Hiermede zijn wij teruggekeerd tot het punt, waar wij den hoofdweg hadden verlaten, n.1. bij de algemeen verspreide impopulariteit van het begrip „dienen", ten minste in toepassing op alle betrekkingen tusschen één persoon en een anderen. Deze impopulariteit vindt niet alleen haar grond in den overigens onloochenbaren aangeboren verzetlust van het menschelijk geslacht, waarin de pessimist, geloovige of ongeloovige, weerspannigheid en erfzonde, de optimist vrijheidsliefde ziet; zij heeft een zeer reëelen, historischen achtergrond.

Het dienstverband is inderdaad de sterk verzwakte en verzachte voortzetting van de slavernij: de moderne „dienaar" is de nazaat van den antieken „slaaf". Dat blijkt zelfs nog uit de woorden, want ons „dienen" komt van een oud-germaansch woord, dat „slaaf" beteekende, en dat nog in ons „deerne" en in het eerste lid van „deemoed" over is. 1) Hoe sterk in het bewustzijn der volkeren oude verhoudingen naleven en zich nog in hun spraakgebruik afspiegelen, blijkt bijv. hieruit, dat nog heden ten dage bij ons een „dienst"-bode „gehuurd" wordt en „zich verhuurt". Er is dus een hereditaire, mitsdien instinctmatige weerzin tegen het geheele begrip „dienen", toegepast op de verhouding van één mensch tot een anderen, alsof die laatste

*) Nog duidelijker is in dit opzicht het fransche „servant(e)", afkomstig van het latijnsche servus = het fransche serf, slaaf. Het latijnsche werkwoord servire beteekent dan ook niet, zooals het fransche servir, „bedienen", maar „slaaf zijn", een omstandigheid die onze gymnasisten bij hun vertalingen vaak doet struikelen.

Sluiten