Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

192

ambt, als een betrekking tot de gemeenschap, is daardoor ook geheel zoek; d.w.z.: het is niet opgegeven, verre van dien, maar het ligt buiten dezen gedachtenkring. Het is het zuivere persoonlijke dienen, dat hier wordt voorgeschreven. In welke betrekking of verhouding een mensch overigens tot zijn medemenschen sta, de menschen met wie hij in aanraking komt, is hij geroepen te dienen. Anderen te dienen, ziedaar het eigenlijke aardsche levensberoep.*)

Door deze beschouwing hebben wij dat dienen nu tevens leeren kennen als voornamelijk een „bedienen", d.i. het leven van een ander vergemakkelijken en veraangenamen door hem arbeid af te nemen, dien hij anders zelf zou moeten verrichten en wel bij voorkeur zulken, die hem om de een of andere reden lastig valt. En nu is de vraag niet moeilijk meer te beantwoorden, of daartoe wel gelegenheid is in het kinderleven. Immers het kinderleven Is vol van zulke gelegenheden. Er er ligt ook niets onnatuurlijks, niets onkinderlijks in, den kinderen dit dienen te leeren; immers zij doen het van nature gaarne. Ten minste, het onbedorven, niet-verwende kleine kind kent haast geen grooter genot dan kleine huiselijke diensten te mogen verrichten, dan te mogen meedoen, Reeds spoedig echter komt er weerzin en verzet. Precies als met arbeid en inspanning; 't kleine kind vindt ze heerlijk, zoekt er naar, vraagt er om, 't opgroeiende kind voelt 't meer en meer als een opgelegde taak, waaraan het zich maar al te gaarne onttrekt. Ook hier is dus de kunst, de oorspronkelijke willigheid in het leven te houden, voort te zetten en aan te kweeken. En ook hier weder geschiedt dit door alle gelegenheden aan te grijpen en er een gewoonte van te maken.

Anderen dienen, en wel niet alleen ouderen en meerderen, wat altijd gemakkelijker gaat, maar ook gelijkgestelden, ja zelfs

*) Iets daarvan voelde de overigens zoo weinig christelijk voelende Frederik de Groote, toen hij zichzelf „den eersten dienaar van den Staat" (dit „Staat" is evenwel karakteristiek) noemde. Daarentegen, hoe verstaat niet daarvan af de vrome katholiek Montessori, als zij leert, dat degeen, die bediend wordt, de slaaf is van hem, die hem bedient, en dit als argument gebruikt, dat men de kinderen niet moet helpen 1 In de zaak zelf heeft zij groot gelijk, maar deze argumentatie deugt niet, want kinderen opvoeden is ook een dienen; bovendien zouden dan de kinderen ons ook niet mogen dienen = helpen.

Sluiten