Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

195

Dat is de groote beteekenis van den gods-dienst in de opvoeding, in het huisgezin. Ook in dit opzicht, het belangrijkste van alle, kunnen de kinderen daar het best leeren, moeten zij, als het goed is, daar leeren, aan en in de menschelijke verhoudingen de goddelijk eerst te ondervinden, te beleven, dan te bevroeden, vervolgens te beseffen en eindelijk te begrijpen en te aanvaarden. Want de verhouding van Ood tot de menschen en van de menschen tot Ood spiegelt zich nergens zoo duidelijk af als in die van de ouders tot hun kinderen en van de kinderen tot hun ouders, weshalve om de eerste aan te duiden ook altijd de menschelijke termen voor de tweede gebruikt worden, wijl de menschelijke taal geen betere en hoogere heeft.

Behoeft het nog nader betoog, dat wat onze tijd, wat de maatschappij in de naaste toekomst vooral noodig heeft, is menschen, ledematen, wien het begeip „dienen" in den hier ontwikkelden zin in vleesch en bloed is overgegaan ? De tegenwoordige maatschappij wordt allerminst gevormd door menschen, die veel voor een ander over hebben. De zoogenaamde vredestoestand, waarin wij thans leven, d.w.z. zuchten, is eigenlijk niets anders dan een verscherpte voorzetting van den oorlogstoestand, een waar bellum omnium contra omnes1), waarin allen, individuen en groepen, volken en federaties, van niets zoozeer vervuld zijn als van de begeerte om — ten koste van anderen natuurlijk — macht uit te oefenen. De „Wille zur Macht" is waarlijk geen uitvinding van Nietzsche. Hij is inderdaad een instinct van den bloot-natuurlijken mensch. Ook Jezus wees er zijn discipelen op, dat in de wereld overal de machtsverhoudingen heerschen. Maar, zoo hoorden wij Hem zeggen, onder u zal het anders zijn en zal de ware machtsverhouding zijn die van het „dienen."

Nog eens: de rangen worden niet afgeschaft, maar — „de meerdere zal den mindere dienen." De rangen worden niet afgeschaft, reeds daarom niét, omdat de wereld alleen bestaan kan bij georganiseerden arbeid en organisatie beteekent altijd ook hiërarchie. (In het huisgezin is er óók herarchie). Maar de

t d.r. „een oorlog van allen tegen alten''. De engelsche philosooph Hobbes karakteriseerde daarmede fir zint m 16S1 verschenen hoofdwerk „Leviathan"' den natuurtoestand der menschheid, zooals hij zich dien dacht.

Sluiten