Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7

JAARTAL 1860

1. Beantwoording' van de Prijsvraag, door de Theologische Faculteit te Groningen uitgeschreven: „Inter se conferantur Calvini et Johannis a Lasco sententiae de Ecclesia; exponatur quomodo ex utriusque Reformatoris historia et ingenio sint ortae et cum reliqua utriusque doctrina cohaereant; ad Evangelii normam diiudicentur." 1860.

Abraham Kuyper, den 29sten October 1837 te Maassluis geboren, werd den 16den Juli 1855 aan de Leidsche Universiteit als student ingeschreven voor de letteren en de godgeleerdheid.

Hij werkte hard; legde 22 December 1855, magna cum laude, het klein-mathesis; 1 Mei 1857, summa cum laude, het grootmathesis, en 29 April 1858, ook weer summa cum laude, het candidaatsexamen in de klassieke letteren af.

Naar het schijnt heeft hij toen in studie genomen het onderwerp: De ontwikkeling der Pauselijke macht onder Nicolaas I. Althans, in het Kuyper-Archief bevindt zich nog een door Kuyper eigenhandig geschreven verhandeling onder dezen titel, in een cahier, groot 152 bladzijden, en gedateerd: 2 January 1859. Zie i Catalogus Kuyper-Stichting, no. 10990.

Ook was hij nog repetitor van verscheidene studenten.

In de laatste dagen van het jaar 1858 vestigde Professor Matthijs de Vries zijn aandacht op de Groninger Prijsvraag, waarin verlangd werd een oordeelkundige vergelijking van de gevoelens van Calvijn en a Lasco over de Kerk.

Deze prijsvraag trok hem aan, en hij toog aan den arbeid. Calvijn's werken waren spoedig op zijn kamer; maar die van a Lasco waren nergens te vinden, zelfs niet in de bibliotheken van Londen of Petersburg.

Toen zag Kuyper van het dingen naar den prijs af, en ging dit den Hoogleeraar de Vries mededeelen. Deze had echter met Kuypers besluit geen vrede, en ried hem, eens bij zijn vader, Ds» de Vries te Haarlem, te informeeren. Die had in zijn boekerij veel van kerkhistorie. Er naar gevraagd, zei deze echter niet te weten of hij iets van a Lasco bezat. Maar hij zou eens zien. En acht dagen later toonde de man aan Kuyper een collectie Lasciana, rijker dan eenige boekerij in gansch Europa bezat. Dien schat,

Sluiten