Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19

JAARTAL 1868

te loopen op de wijze, waarop de mannen, die zich den nood der kerk in dit opzicht aantrekken, hun gedachten zullen verwezenlijken. Maar om der kerk wille, zij toch de wensch veroorloofd, dat ernst en vrome zin ook bij deze uiting van het leven der gemeente den toon zullen aangeven, en dat men, geleid door den Heiligen Geest, een geslacht van Evangeliedienaars kweeke, dat niet de waarheid in koude afgetrokkenheid verkondigt, maar ze in het eigen hart opneme, om ze uit het eigen gemoed èn op den kansel, èn in geschriften èn in het leven te reproduceeren met die warmte en frischheid, die anderer hart van zelf voor haar openen moet."

Het perspectief, dat de schrijver hier opent, is, in verband met zijn later levenswerk, inderdaad verrassend. Zette hij in de brochure: Wat moeten wij doen? den eersten stap op den weg, die in 1886 tot de Doleantie zou leiden, met dit opstel uit 1867 zet hij de eerste spade in den grond voor de stichting van een Gereformeerde Hoogeschool, zooals die in 1880 in de Vrije Universiteit zou verrijzen.

6. Geschiedenis der Christelijke Kerk in Tafereelen, onder redactie van B. ter Haar en W. Moll. Tweede en laatste Deel. Amsterdam 1869.

Vijfde Tafereel: De eerste kerkvergaderingen, of: De Vestiging onzer Hervormde Kerk, en de strijd om haar zelfstandig bestaan, 1550—1618. Blz. 71—86. Zesde Tafereel: De Eeredienst der Hervormde Kerk en de zamenstelling van haar kerkboek. Blz. 87—113.

Nog in de pastorie te Beesd, zie Gedenkboek, 1907, blz. 312,. schreef Dr. Kuyper dit tweetal bijdragen voor MolPs Kerkgeschiedenis.

Aan dit werk van zuiver geschiedkundigen aard werkten onderscheidene geleerden samen. Het verschil in meening en richting, op kerkelijk en theologisch gebied weerspiegelde zich ook in deze Tafereelen. Toch dacht de Redactie er niet aan, om eenig schrijver in de vrije uiting zijner gevoelens te binden of te belemmeren, daar niet zij, maar hij zelf door de onderteekening zijns naams, de verantwoordelijkheid hiervan op zich nam (blz. 715).

In het vijfde tafereel de eerste kiemen van de wording onzer Gereformeerde Kerk buitenslands nasporende, klimt de schrijver dan op tot het jaar harer eigenlijke vestiging, toen in 1574 de

Sluiten