Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

41

JAARTAL 1869

13. De Kerkelijke Goederen. (Bijblad van De Vereeniging „Christelijke Stemmen"). Amsterdam, H. Höveker. 1869.

Aangedreven door den wensch om de rechtstreeksche tusschenkomst van den Staat bij het beheer der goederen van de Hervormde Kerk te doen ophouden, en te dien aanzien aan die Kerk gelijke vrijheid te verzekeren als door andere gezindheden genoten wordt, doch in aanmerking nemende, dat als maatregel van overgang eenige voorbereidende bepalingen behoorden vastgesteld te worden, had de Regeering bij Koninklijk Besluit van den 9den Februari 1866, voor den tijd van drie jaar, een Algemeen Collegie van Toezicht benoemd. Na verloop van drie jaren zou deze interimaire toestand echter vervallen zijn, onttrok de Regeering zich geheel aan het kerkelijk beheer, en kwam het kerkelijk goed vrij en onbelemmerd terug aan de gemeenten.

Doch inplaats van aan het einde van dien termijn af te treden, bleef het College van Toezicht aan, en vervaardigde het 12 October

1868 een Ontwerp van Besluit, met grondbepalingen voor een toekomstige regeling.

Dit ontwerp was opgesteld door Mr. W. B. S. Boeles, lid van het Algemeen Collegie. Van zijn hand is ook de klassieke brochure: Scheiding van Kerk en Staat, 1868, waarin hij, behalve de voorloopige organisatie, een breedvoerige inleiding en toelichting geeft. Tevens bespreekt hij daar de bezwaren tegen het Ontwerp ingebracht door den Leidschen Hoogleeraar J. H. Stuffken in zijn: Iets over het Ontwerp. Deze antwoordde daarop weer in een Brief aan Mr. Boeles, 1868.

Van orthodoxe zijde werden tegen het ontwerp bedenkingen ingebracht door den Utrechtschen Hoogleeraar Mr. B. J. L. baron de Geer van Jutphaas in twee brochures: Het Beheer der Kerkelijke Goederen, en: Ontwerp-Reglement op het Beheer enz.

Maar ook Dr. Kuyper mengde zich in de kwestie. In het Bijblad van De Vereeniging Christelijke Stemmen, schreef hij een artikel over de Kerkelijke Goederen, gedateerd 10 januari 1869.

Geen tijdschrift, dat zich ten taak stelt de publieke meening ten onzent op kerkelijk gebied te leiden, mag zijn loopbaan in

1869 binnen onze kerk vervolgen, zonder een krachtig woord mede te spreken over het groote vraagstuk, dat voor dit oogenblik elk ander in onze kerk beheerscht, dat der kerkelijke goederen." Zoo begint deze brochure, die geschreven is met 'n gloed,

Sluiten