Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

49

JAARTAL 1869

zoo al niet bepaald Christelijke, — dan toch nuttige inrigting, te doen zien, dat de zoogenaamde „Nuts"-maatschappij geheel heeft opgehouden te zijn, wat zij vroeger althans eenigermate trachtte te wezen; dat zij thans geheel ontaard is in eene propaganda voor het modern ongeloof dezer dagen. Zeer gaarne voegen we onze stem bij die van den weleerw. heer Kuyper, aan het slot zijner zooeven genoemde brochure: „Mannen, broeders! Gaat uit van eene maatschappij, die den krijg heeft uitgeroepen tegen wat uw ziel heilig is, en zoo God u schat of gave schonk, leent pen, noch woord, noch geld meer aan zulk eene maatschappij."

Op de Achtste Algemeene Vergadering van de Vereeniging voor Chr. Nat. Sch. 19 en 20 Mei 1869, beaamde de Voorzitter, Groen van Prinsterer, deze woorden van den Secretaris, en beval ook hij de brochure van Dr. Kuyper ter lezing aan.

Niet zonder voldoening kon Dr. Kuyper in 1873, Confidentie, blz. 19, schrijven j „Brandmerkte ik het Nut, als door ontrouw aan eigen statuut banierdraagster van het modernisme geworden, het geschrift van mijn ambtgenoot Hugenholtz drukte nog onlangs op deze zienswijs het zegel, en de storm er door gewekt gaf slechts echo op wat ik in '69 beweerd had."

17. Het Graf. Leerrede, uitgesproken aan den avond van Goeden Vrijdag in de beurt van wijlen Ds. D. Gildemeester. Ten voordeele van de weezen der Ned. Herv. Diaconie te Utrecht. Utrecht, J. H. van Peursem. 1869.

Zelden is wel Utrechts gemeente op den avond van een Goeden Vrijdag in zulk een diepe verslagenheid samengekomen, als dat het geval was den 26sten Maart 1869 in de Jacobikerk.

Op het beurtenbriefje, dat Zaterdag 20 Maart verschenen was, stond voor deze godsdienstoefening de naam van Ds. Gildemeester aangeschreven. Maar toen die avond aanbrak, was deze leeraar reeds rustende in zijn graf, en werd Dr. Kuyper naar de beurtenordening tot de weemoedige taak geroepen, om in de plaats van zijn ontslapen ambtgenoot op te treden.

Ds. Gildemeester was den 19den Maart nog uit geweest; pp Zaterdagmiddag had hij nog lidmaten aangenomen: hij zou dat ook nog 's avonds doen, maar ongesteldheid verhinderde hem daarin. Hij was slechts 24 uur bedlegerig: en terwijl niemand gevaar vermoedde, overviel hem een benauwdheid, die een einde maakte aan zijn 43-jarig leven.

4 K.-B.

Sluiten