Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

79

JAARTAL 1870

maar alleen om de valsche kerkorganisatie, tegen de Hervormden overstaan. En dan vraagt hij:

Kan het goed voor God zijn, dat een deel der Gereformeerden van hun Gereformeerde broeders gescheiden is, terwijl een schare van Anti-Gereformeerden met u is verbonden ? Wat zal voor dat kwaad herstel brengen? Waardoor is hereeniging mogelijk van wat samenhoort, en scheiding van wat nimmer samengroeit? Immers, er is geen ander middel, dan verbreking van den onnataurlijken band, opdat de natuurlijke band zich weer vormen kunne. En de losmaking van dien band — we zeggen niet de losscheuring — neen, maar de losmaking van dien band, hoe zult ge die anders verkrijgen dan door het Koninklijk Besluit van '16 te vernietigen?

Ten slotte betoogt de schrijver, dat het tot vrijmaking der kerk moet en zal komen.

De Kerk zal vrijgemaakt worden. De vraag is alleen: of ze vrij zal worden, doordat men haar banden losmaakt, of: doordat ze die zelve doet springen. Het eerste kan niet de Synode, kan niet de magische kracht van art. 23, kan niet de Kerk zelve doen; ze losmaken kan alleen de Staat. Leent de Staat zich daartoe, dan zal de ernstige crisis zich geleidelijk oplossen, zonder breuke, zonder schok, zonder verstoring. Maar indien niet. Men wete dan dat de Gereformeerde Gemeenten nog te frissche groeikracht, nog te krachtig uitzettingsvermogen in zich dragen, om op den duur gebonden te kunnen blijven. Ook dan zal de Kerk vrij worden. Doch vrij door een noodlottige breuke, vrij door een gewelddadig springen harer banden. Maar toch, niet haar zal dit te wijten zijn. De verantwoordelijkheid voor dit noodlottig einde van de crisis komt dan voor rekening van den Staat.

In de Stemmen voor Waarheid en Vrede Febr. 1870, blz. 170, schreef de kroniekschrijver, Dr. Bronsveld, dat vrijmaking der kerk overtollig was, aangezien de Synode het wettig orgaan is eener vrije kerk. Waartegen Groen van Prinsterer opmerkte: „Mij dunkt, dat het steunpunt der argumentatie aldus in datgene wat juist het verschilpunt uitmaakt, gezocht wordt. Dit is een solutie, onjuist in blijmoedigen eenvoud. Eenepetïtioprincipll. De Synode bestuurt wettig onze kerk; de Synode is wettig orgaan eener vrije Kerk, zegt men. Waaruit is die wettigheid ontleend? Uit de usurpatie van den staat? De Synode is niet anders dan een begun-

Sluiten