Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

89

JAARTAL 1870

ding van den Voorzitter J. P. Hekman, meer dan een jaar lang een feilen strijd tegen het Algemeen College van Toezicht. Een verzameling van courantartikelen, stembiljetten, protesten, correspondenties enz. op dezen Sneeker-strijd betrekking hebbende, werd door den heer Hekman uitgegeven, voorzien van een woord ter inleiding door baron de Geer, die er een belangrijke bijdrage in zag van hetgeen bij de regeling van het beheer der kerkelijke fondsen in deze en zoovele gemeenten was voorgevallen. „Het regt der gemeenten is miskend en eene regeling van onbevoegden uitgegaan, door onbevoegden aangenomen, haar opgelegd en opgedrongen met een overmoed en stoutheid, die alle grenzen te buiten gaat en alle vormen klein acht."

Achter deze Sneeker processtukken nu vinden we van Dr. Kuyper's hand een schrijven aan het adres van Ds. Bolleman van der Veen te Eernewoude, een man, die door zijn jarenlange bestrijding van het recht der Friesche Floreenplichtigen zijn naam gevestigd had als nauwkeurig kenner van de zaken der kerkelijke administratie in Friesland.

In de Kerkelijke Courant van 9 October 1869 had hij een „vrijmoedige verklaring" geplaatst, niet meer of minder behelzende dan de openlijke beschuldiging, dat de hoofd- of grondstelling, waarvan het Utrechtsche Comité in zijn circulaire uitging, althans wat Friesland betreft, in al hare deelen louter onwaarheid was.

Deze hoofd- of grondstelling luidde:

Tot gedeeltelijke herwinning onzer vrijheid biedt de quaestie der kerkelijke goederen een bij uitstek gunstigen kans. Men weet, hoe die vrijheid, in schier onbeperkten zin meer dan twee eeuwen door onze gemeenten genoten, in 1795 voor haar te loor ging.

Ds. Bolleman van der Veen eischte nu van het Comité, dat het óf deze stelling zou bewijzen, öf haar circulaire intrekken, en met christelijken ootmoed erkennen zelve gedwaald te hebben. En in de Kerkelijke Courant van 23 October '69 juichte Dr. A. T. Reitsma deze „vrijmoedige verklaring" van ganscher harte toe.

In zijn Heraut-artikel van 8 October '69 over „Eerlijke discussie" had Dr. Kuyper, als de steller van bedoelde circulaire, op deze beschuldiging, die ook door de Sneeker Courant was ingebracht, echter reeds geantwoord.

Zonder daarop acht te geven herhaalde Ds. Bolleman van der

Sluiten