Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1870

Daarin nu is de heer Bolleman van der Veen het niet met ons eens. Hij verklaart den inhoud van dit betoog in al hare deelen voor onwaarheid.

Hij vergeve het ons, dat we dit dragen moeten.

Het verschil ligt te diep.

Ds. Bolleman van der Veen bleef dan ook bij zijn gevoelen, en zette dit nogeens uiteen in de Kerkelijke Courant van ^November 1870.

Intusschen deed de brochure „over het Vrije Beheer te Sneek" alom goeden dienst met het oog op de stemming over het ontworpen Reglement voor het Algemeen Collegie van Toezicht.

27. Conservatisme en Orthodoxie. Afscheidsrede, uitgesproken in de Domkerk te Utrecht, 31 Juli 1870. Amsterdam, H. De fioogh & Co.

Nog geen drie jaren was het geleden, dat Dr. Kuyper zijn intrede te Utrecht had gedaan. Door zijn aannemen van het beroep naar Amsterdam kwam thans het uur van scheiden.

Een nog levend dienaar desWoords, destijds student, deelt in de Herinneringen van de Oude Garde, blz. 98, het volgende mede:

„Toen ik Dr. Kuyper kwam vragen, of hij het beroep naar Amsterdam niet kon afwijzen, gaf hij mij ten antwoord, dat van Amsterdam en niet van Utrecht de reformatie der kerk, waarom hij worstelde, alleen kon uitgaan. Dat zag hij als de bedoeling Oods in zijne roeping naar de hoofdstad des lands".

De afscheidstekst luidde: „Houdt dat gij hebt", Openb.3: llm. Naar aanleiding daarvan waarschuwde de scheidende leeraar tegen de valsche behoudzucht (conservatisme) en wekte hij op tot de ware behoudzucht (orthodoxie).

In zijn inleiding herinnerde hij, hoe hij in zijn intreepreek gesproken had van het kerkelijk vraagstuk, en toen de meening bestreed, alsof dat vraagstuk het geloof niet raakte. Hij waagde toen het vermoeden, dat de tijd van oplossing voor dat vraagstuk gekomen was en ontveinsde de Utrechtsche gemeente zijn bedoeling niet, om zelf daarbij naar plichtsbetrachting te streven. Welnu, wat sinds voorviel versterkte die overtuiging.

Het zijn stormachtige jaren geweest, die we doorleefden, en menig brokstuk viel weer van den bouwval neder; Het

Sluiten