Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

103

JAARTAL 1870

Serie I, nr. 8. Zie ook Bavinck, Dogmatiek, I, 444; II, 338.

30. De Doopskwestie. Amsterdam, H. De Hoogh & Co., 1870.

De Synode van 1870 had het liturgisch gebruik der doopsformule vrijgelaten. Men zou dus voortaan kunnen doopen „in den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes", maar ook „tot geloof, hoop en liefde", of in wiens naam ook.

Daarmee was in beginsel de christelijke doop opgeheven. En nu werd de doopsformule een vereenigingspunt voor allen, die, ook bij uiteenloopend verschil van gevoelen, de handhaving van den christelijken doop verlangden.

Het Hoofdbestuur der Confessioneele Vereeniging schreef bij circulaire van 5 Augustus 1870 aan de kerkeraden, dat nu de band tusschen de Algemeene Christelijke Kerk en de Ned. Herv. Kerk verbroken wa?; dat de oplossing van het kerkverband nu aanving; dat de Synode haar lastbrief verscheurd had, en den laatsten scheidsmuur tusschen het heilige en het onheilige, tusschen de gemeente en de wereld had doen vallen.

Onder leiding van Professor Doedes vereenigden zich eenige broeders, om al wat nog geloof bezat in den Drieeenigen Naam Gods, rondom dit middelpunt der christelijke belijdenis, als een aaneengesloten phalanx tegenover het veldwinnend Modernisme te plaatsen.

Met voorbijzien van onderlinge geschillen kwamen tot dit doel in de kapittelkamer van de Janskerk te Utrecht bijeen: J. L. C. van den Bersjh van Heemstede, Dr. A. W. Bronsveld, Dr. J. I. Doedes, Mr. B. J. L. Baron de Geer van Jutfaas, Mr. G. Groen van Prinsterer, J. H. Gunning Jr., O. G. Heldring, Dr. Ph. J. Hoedemaker, Dr. A. Kuyper, Dr. J. J. van Oosterzee, Alb. van Toorenenbergen, Dr. G. J. Vos Azn. en O. Baron van Wassenaer van Catwijck.

Alles ging goed. Een en andermaal kwam men te Utrecht bijeen. Een Brief aan de Leden der Gemeente werd opgesteld en door al de broeders onderteekend, met een opwekking, om geen anderen doop te erkennen dan die met de woorden uit Matth. 28:19 bediend was. Dit Manifest verspheen bij M. C. Bronsveld te Harderwijk.

Terecht wees Dr. Bronsveld in de Stemmen voor Waarheiden Vrede blz. 1049 en 1050, op het merkwaardige feit, dat dit stuk

Sluiten