Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1870

106

aanving te schrijven, handelden nu over de woorden der instelling van den Doop. En in datzelfde nummer begon hij ook een reeks leading-artikelen over De Doopskwestie, later afzonderlijk uitgegeven, in een brochure van 16 bladzijden.

Deze artikelenreeks stond in verband met een verklaring van den Amsterdamschen Kerkeraad om niet te treden in het voorstel der Confessioneele Vereeniging, dat de kerkeraad besluiten zou geen anderen Doop als wettig te erkennen dan den Doop in den Naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes; een kwestie, waarin Dr. Kuyper en zijn Amsterdamsche collega Dr. J. Cramer tegenover elkander stonden. Zie De Heraut, 21 en 28 Oct. 9 en 16 Dec. 1870. Stemmen voor Waarheiden Vrede, 1870, blz. 1199 vv. Ook het Januari-nr. van het maandblad Titus: „Onderzoek naar het wezen van den Doop naar de Schrift", naar aanleiding van Dr. Kuyper's artikelen over de Doopskwestie, door H. G. Tekelenburg.

Over de Doopskwestie in het algemeen een opgave van literatuur bij Vos, Groen van Prinsterer en zijn tijd, II, blz. 362 en 363.

Over de vergadering in zake de Doopskwestie: Hoedemaker, Op het Fundament, blz. 67: idem, De Congresbeweging, blz. 4 en 5.

31. Tweede Zestal Leerredenen. Amsterdam, H. De floogh & Co. 1870.

In zijn intreerede te Amsterdam had Dr. Kuyper o.m. gezegd:

Niet slechts mensch te zijn, maar een eigen karakter te hebben is elks roeping, en zoo ook, niet slechts gemeente te zijn, maar gemeente met een eigen kenmerk, is voor de kerk aller oorden een onverbiddelijke eisch. — O, ik stem toe, wie in gewone tijden een huis binnentreedt, denkt niet om het fundament, waarop het rust, en zoo kunnen er ook voor Jezus' kerk dagen komen, dat men samen woont en samen werkt, en schier over geea beginselen zich bekreunt. Maar in tijden, als we thans beleven, nu op elk gebied de fundamenten worden blootgegraven, nu alles naar de diepte dringt, en men rusteloos voortgaat de diepste beginselen los te woelen, nu zou het toch al te argeloos, nu al te onbezonnen zijn, zoo men langer nog de vraag der beginselen ontweek. Neen, in dagen des vredes blijve het zwaard ongewet, maar als het voorwaarts door de gelederen klinkt, stompe men de scherpte van de lanspunt niet af. Heeft men dus al zonder schade de scherpte onzer begin-

Sluiten