Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

107

JAARTAL 1870

selen een tijdlang bot gelaten, nu het op zelfverweer gaat, moet het zwaard weer geveegd worden, of we staan machteloos in den strijd. — En daarom niet maar Christelijk, niet slechts protestanten, Gereformeerd moet onze Kerk weer worden: God haar Souverein, de eeuwige verkiezing het hartebloed van haar leven, en Gods Woord de onverwrikbare grondslag, waarop ze met bei hare voeten rust.

Deze leerredenen nu van Dr. Kuyper maken wel den indruk van, in een ook kerkelijk zoo karakterloozen tijd, bestemd te zijn ter ontwikkeling van het eigen kenmerk, dat de Gereformeerde Kerk in Nederland moet bezitten, zal zij haar verleden niet verloochenen, en zijn wat zij hier zijn moet.

Vooral de eerste preek draagt dit merkteeken.

I. De Troost der eeuwige Verkiezing, Jesaia 41 :9, 10.

Reeds bij zijn intrede had Dr. Kuyper er op gewezen, dat de kerk geworteld is, gelijk onze vaderen dit zoo juist uitdrukten, in de eeuwige verkiezing. En in de voorrede, aan de uitgave van de intreepreek voorafgaande, lezen we:

Er zijn maar twee beginselen, die een eigen wereld, een geheel eigen levenssfeer in zich dragen: de eeuwige verkiezing en de humaniteit. Zoolang de orthodoxie dus niet met wélbewuste beslistheid tusschen beide kiest, laat ze door eigen schuld den Davidsslinger ongebruikt liggen, die ze in dat reusachtig beginsel der „verkiezing", èn naar de Schrift, èn naar Augustinus, èn naar Calvijn bezit. Voor dat conservatisme, dat slechts het bijkomstige behoudt, met prijsgeving van het beginsel, waarschuwde ik in mijn afscheidswoord. Tot terugkeer naar een eigen beginsel, wekte ik in mijn intreêrede op".

De eerste gewone predikatie nu, die Dr. Kuyper na zijn intreepreek te Amsterdam hield, was die over den „troost der eeuwige verkiezing". En daarmee stal hij aanstonds het hart der gemeente. De meeste Gereformeerden toch hadden jarenlang in de Hervormde Gemeente niet meer gekerkt, omdat ze er van de kansels de gereformeerde waarheid niet hoorden. In allerlei bijkerken zochten ze dan ook, wat hun in hun eigen kerk onthouden werd. Of ze vereenigden zich in gezelschappen. En nog op denzelfden avond, toen Dr. Kuyper zijn intrede deed, hadden ze op 'n gezelschap gezongen:

Sluiten