Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

123

JAARTAL 1871

kapitaal, dat de vermogenden, door onderlinge vereeniging, werktuigen, enz., tot onderdrukking van den arbeider in staat stelt. Nu zijn er door de liberale (Schulze-Delitzsch c.s.) en radicale (Ferdinand Lasalle) partijen maatregelen voorgeslagen, om aan die bezwaren tegemoet te komen. Maar geen van beide is in staat afdoende verbetering voor te stellen. De waarachtige hulp ligt in de Christelijke liefde en zelfverloochening. Dit beginsel alleen, gelijk het steunt op het christelijk geloof, kan de dalende beweging van den arbeidersstand tot het proletariaat, tot den laagsten trap, tegengaan, en is tevens in staat, om al het goede en ware uit de verschillende voorgestelde en besproken middelen te doen overnemen. Dit wordt dan door den schrijver uitvoerig ontwikkeld en als de taak der Kerk, inzonderheid in dezen voorgesteld het aanbieden van de volgende hulpmiddelen: stichting en leiding der inrichtingen voor den tot het werk onbekwaam geworden arbeider. Het christelijk huisgezin, met zijn grondslag, het christelijk huwelijk. De waarheden der christelijke geloofsleer, die den arbeidersstand tegelijk de ware beschaving verleenen. De sociale krachten des christendoms, in de schepping van allerlei doeltreffende vereenigingen blijkbaar. Eindelijk, het op christelijken grondslag vestigen van productief-genootschappen, waarin de arbeiders zelf aan het neringsbedrijf deel hebben.

Aan dit uitnemende geschrift van den Roomsen-Katholieken Bisschop sloot nu het vlugschrift aan over de Arbeiderskwestie en de Kerk, geschreven door een Duitsch dorpspredikant, en door Dr. Kuyper van een inleiding voor de Hollandsche vertaling voorzien.

De onbekende schrijver zegt daar o.m.:

Terecht maakt men den Bedienaars des Woords het verwijt, dat zij zich van het sociaal staatkundig gebied op te grooten afstand gehouden hebben. Zij maken zich gaarne een oorkussen der traagheid en gemakkelijkheid en meenen allicht hun taak volbracht, hun ambt wel vervuld te hebben, wanneer ze een goede preek maken, een Zondagsschool leiden, catechisatie houden, hun gemeenteleden bezoeken, hier en daar een zieke troosten en voor een arme een goed woord bij de rijken doen.

In een tijd van zoo grooten nood als den onzen, mag echter de Kerk haar taak daarmee niet voor afgesponnen houden, In den buitengewonen nood der menschheid is ook zij geroepen buitengewone krachtsontwikkeling ten toon te spreiden. Zij moet voorgaan.

Sluiten