Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

135

JAARTAL 1871

het werk van een staatkundig ijveraar, een kerkelijk demagoog, een geijkt hoofdartikel-schrijver is vergist zich. Ofschoon rijkelijk gekruid met theologische termen, gelijk het onderwerp dit medebragt, komt er in het boekje geen eigen schuld- of geloofsbelijdenis voor; geen dier pijnlijke bladzijden waar men de openbare markt als biechtvertrek ziet gebruiken, en de geheimste verborgenheden van leven of gemoed hoort uitmeten ten aanhoore eener gapende menigte. Het is, in den goeden zin des woords een wereldsch geschrift, van het begin tot het einde gewijd aan de kritiek van een door den schrijver misprezen verschijnsel op geestelijk gebied, doch waarin men tevens van de eerste tot de laatste bladzijde, zoo niet het hart, dan toch de geestdrift voelt kloppen van iemand, die blaakt van ingenomenheid met de protestantsche orthodoxie van den nieuweren tijd. Had, met dat al, in zijne beoordeeling van hetgeen hij „het modernisme" noemt, evenals men zulks bij hem behoort te doen, de heer Kuyper onderscheiden tusschen wetenschap en durven, tusschen studie en zedelijken moed, hij zou tot andere resultaten gekomen zijn en zijne lezing vermoedelijk niet hebben laten drukken. Nu hij de moderne theologie als kerkelijk verschijnsel voortdurend met de wetenschappelijke rigting van dien naam verwisselt; hij zelf onophoudelijk een andere Saber voor eene andere Fata Morgana in de plaats stelt; nu mist zijn betoog de eigenaardige kracht, waaraan ook oningewijden gevoelen, dat iemand het regt aan zijne zijde heeft." Lilt. Fant. en Krit., Deel XV, blz. 162—170.

Erger maakte het Dr. G. van Gorkom, de man, die in Los en Vast telkens met handigen zwier en geharnaste vaardigheid den handschoen opnam, door de tegenstanders der moderne richting in het strijdperk geworpen. Hij nam in dat tijdschrift ook Dr. Kuyper's „Fata Morgana" onderhanden, en beschuldigde hem van oppervlakkigheid, onbillijkheid en onwaarheid.

De inleiding van zijn recensie, die ruim 100 bladzijden telt (Los en Vast, 1871, blz. 293—395) zegt over den persoon van Dr. Kuyper het volgende: „Van Dr. Kuyper in 'tbijzonder geldt dat hij, als woordvoerder der orthodoxie te onzent, een zeer geisoleerde positie inneemt. Met beslisten afkeer van alle fusie der verschillende fracties is hij vooralsnog, om zoo te zeggen, een fractie op zichzelf, en wel zulk een, die er prijs op stelt, en ook slag van heeft, haar quant-è-moi met bijkans preciese zorgvuldigheid te bewaren. In het algemeen verbond der supranatura-

Sluiten